Happiness
Bedankt voor al jullie reacties op ‘geluk is geluk?’, die zetten mij ook weer verder aan het denken. Iemand vroeg bijvoorbeeld: “wat betekend het dan voor het werk van ZOA als geluk zo relatief is?” Met andere woorden: als mensen in Zuid-Sudan gelukkig zijn, wat kan ZOA er bijdragen als ontwikkelingsorganisatie?
Hoewel geluk relatief is (het heeft niet dezelfde betekenis in Afrika als in Nederland) denk wel ik dat er absolute dimensies aan geluk, of ongeluk te zitten. Oorlog, ziekte en honger maken maar weinig mensen gelukkig. Daarom werkt ZOA in landen zoals Zuid-Sudan om mensen te helpen om hun leven weer op te bouwen na jaren van oorlog.
Baseline Survey
In de regio waar ik werk, hebben we net onderzoek gedaan onder 443 huishoudens om vast te stellen wat de situatie is van inwoners op het gebied van gezondheid, onderwijs, voedselzekerheid, etc. Een van de vragen die gesteld werd was of, en waarom, mensen (on)gelukkig zijn met hun leven:

Zoals je hierboven kunt zien gaf meer dan 70% van de respondenten aan niet gelukkig met hun leven te zijn, met ‘gebrek aan geld’ (31%) en ‘familie problemen’ als belangrijkste redenen (25%). De mensen die aangaven wel gelukkig met hun leven te zijn vertelden dat ‘vrijheid’ (38%) en ‘familie’ (27%) daarvoor de belangrijkste redenen zijn.
Het is opvallend te zien dat ‘familie’ een grote bron van geluk en van ongeluk is. Een verklaring voor het geluk is dat familiebanden erg nauw zijn, en dat familieleden op elkaar kunnen rekenen in moeilijke tijden. Maar ongelukkige ‘familieproblemen’ worden meestal veroorzaakt door de schoonfamilie die een onredelijk hoge bruidschat eisen, en de vrouw of zelfs kinderen wegnemen als de bruidschat niet afbetaald word.
Het statistiekje geeft ook aan dat mensen blij zijn met hun vrijheid na decennia van burgeroorlog en dat ze graag wat meer geld willen hebben. Dat laatste is niet zo gek met een huishoudelijk inkomen van minder dan 13 Euro per maand, wat ook hier heel weinig is, voor 70% van de inwoners.
Vooral tijdens het droogseizoen hebben mensen geld nodig eten te kunnen kopen. Bijna alle mensen in de regio verbouwen hun eigen voedsel maar de oogst is niet genoeg om er een heel jaar van te kunnen eten. Een overweldigende 97% van de respondenten geeft namelijk aan dat ze niet genoeg eten hebben om hun huishouden te voorzien. Omdat een gemiddeld huishouden vijf kinderen heeft, hebben vooral kinderen hiervan te lijden. Het is hier bijvoorbeeld normaal dat kinderen zonder eten naar school worden gestuurd en maar een maaltijd per dag krijgen, gewoon omdat er niet meer eten is.
Wij zijn dan ook net een project begonnen om de voedselzekerheid van ongeveer 3.000 mensen in de regio te verbeteren. We stimuleren de boeren om zich te organiseren in groepen van ongeveer twintig landbouwers omdat samenwerking de opbrengst van de oogst verhoogd. Ook geven we de boeren training om hun landbouwtechnieken te verbeteren (kennis die in de oorlog verloren is gegaan) en introduceren we nieuwe zaden die meer opbrengst genereren.
William in Afrika!!!
In april kwam mijn broertje me opzoeken, en het was al snel weer ouwe jongens krentenbrood. Na een paar dagen relaxen in Kampala, de hoofdstad van Uganda, was het tijd voor actie. We besloten om een nachtbus te nemen richting Kabale, schijnbaar het mooiste en het koudste gedeelte van Uganda. Jammer genoeg was de roestige bus niet bestand tegen een heftige tropische regenbui waardoor er tijdens het instappen al een laag water stond waar je in je douchecabine ernstig zorgen over zou maken. Ook vulde de bus zich langzamerhand tot Cubaanse volheden waardoor we veel mensen van dichterbij hebben leren kennen dan we ooit gewenst hebben.
Maar bij William, zittend net achter mij, geen spoor van ergernis. Zo’n cockpit is ook niet ruim natuurlijk. Hij praatte honderduit met de passagiers en voordat ik er erg in had kreeg ik gebakken banaan, sim-sim koekjes en gestokt geitenvlees aangeboden die hij als een jager-verzamelaar bijeengesprokkeld had bij verkopers door het busraam. Na een lange en natte rit van zo’n negen uur kwamen we aan in Kabale, inderdaad een heel mooi heuvelachtig en koud gebied. Koud dan voor de gemiddelde Afrikaan met 15 graden Celsius. Persoonlijk kwam me dit niet slecht uit omdat ik eindelijk grond had gevonden voor de drie dikke ongebruikte wollen truien die ik uit Nederland had meegenomen.
Na een interessant bezoek in een museum over de Baganda stam waar we onder andere leerden dat geiten als kachel dienden door ze s’nachts onder een verhoogd bed te plaatsen, vertrokken we met gehuurde taxi auto’s en brommers richting Rwanda over zandwegen door een daadwerkelijk prachtig groen heuvellandschap bezaait met terrasvormige akkers, kleine huisjes en kerkjes. Op de grens kwamen we erachter dat we een visum bij de Rwandese ambassade in Uganda aangevraagd hadden moeten hebben, maar na heel subtiel de ‘foreign-wist-ik-veel-card’ op tafel te hebben gelegd werden we doorgelaten.
In Rwanda bezochten we het Virunga National Park bekend om de gorilla’s die in een vallei wonen omringd door maar liefst vijf vulkanen. Natuurlijk moest en zou, een van deze vulkanen even beklommen worden en het liefst de hoogste (3.600 meter)! Helaas konden we geen gids vinden voor deze nog actieve vulkaan en dus beklommen we de ‘lage’ Bisoke (2.900 meter). Maar met malaria net achter de rug en William’s buikkrampjes, hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door het gestokte geitenvlees in de natte bus, ging dat zo makkelijk niet. Waar onze Franse en Zweedse groepsgenoten de berg ophuppelden leken wij op twee oude oorlogsveteranen, strompelend de modderige berg op, leunend op een houten stok. Maar we hebben de top toch gehaald en kregen een mooi kratermeer als beloning. En warempel zagen we ook nog een dampende gorilla bolus, maar dichterbij lieten de zwartharigen ons niet komen.
Na het verkennen van Lake Bunyonyi al varend in een boomstam en een joy-flight met Simon, een Mission Aviation Flight (MAF) piloot, door Uganda vertrokken we naar Sudan. Hier kreeg William een indruk van het land, mijn collega’s en vrienden, en van het werk wat ik hier doe. De tijd vloog, na twee dagen in Juba, Zuid-Sudan’s stoffige hoofdstad was William weer ‘due’ om terug te vliegen. Een mooi bezoek, goede gesprekken, veel lol en avontuur.
Tien maanden
Veel mensen vragen me hoe ik het leven hier ervaar. Ik ben nu sinds tien maanden in Zuid-Sudan en moet zeggen dat het leven, hoe anders het ook is, normaal lijkt te worden. Je raakt eraan gewend dat de standaard anders is qua eten, vervoer en wonen en kijkt niet meer op van dingen die wij in Nederland vreemd zouden vinden zoals verhalen over geesten, het eten van witte mieren of joelende vrouwen tijdens een begrafenis. Ook hebben de lokale bewoners mij geaccepteerd als deel van de Pojulu Community en wordt ik altijd vriendelijk verwelkomt als ‘Barukimang’. Het leren van de taal is wel lastig. ZOA’s werktaal is namelijk Engels wat het moeilijk maakt om goed Bari en Juba Arabic te leren, maar gelukkig zijn er redelijk wat mensen in de community die ook Engels spreken.
Over twee maanden loopt mijn traineeship af en kom ik weer voor een tijdje naar Nederland. Waarschijnlijk blijf ik daarna werken bij ZOA in Zuid-Sudan wat nog niet helemaal in kannen in kruiken is, maar vast wel goed komt. Ook krijg ik vragen over Abyei de betwiste olierijke provincie die op de grens tussen Noord-en Zuid-Sudan ligt. In de aanloop naar onafhankelijksdag van Zuid-Sudan op 9 juli zijn er spanningen tussen beide landen. Maar gelukkig zijn de Verenigde Naties sterk vertegenwoordigd met vredestroepen en oefent de internationale gemeenschap grote druk uit, vooral op Bashir de president van Sudan, om tot een vredige oplossing voor de regio te komen. Zoals je kunt zien heb ik wat nieuwe foto's ge-upload.