maandag 24 september 2007

Amai, in Brussel!

Sinds het begin van september loop ik stage in Brussel, dus hoog tijd voor wat nieuwe verhalen…

UNRIC
Ik loop stage bij het Regionaal Informatiecentrum van de Verenigde Naties (UNRIC). Doel van het informatiecentrum is om aan de ene kant mensen in Europa voor te lichten over de Verenigde Naties en haar activiteiten. Aan de andere kant wil het informatiecentrum de mening van het ‘Europese volk’ peilen en doorsluizen naar het VN hoofdkantoor in New York. Ik werk voor de afdeling BeNeLux (5 personen). In mijn dagelijkse werkzaamheden bekijk ik in de ochtend het NRC Handelsblad en schrijf ik zogenaamde headlines (kopjes), in het engels over artikelen en vooral opiniestukken die met de VN te maken hebben. Nu is er bv. veel nieuws over het verlengen van de Nederlandse missie in Uruzgan en over de nucleaire dreiging van Iran. Sommige headlines worden er uitgepikt en doorgestuurd naar de woordvoerder van secretaris generaal Ban ki-Moon in New York (Kofi Anan is met pensioen). Van een paar artikelen krijg ik iedere dag de opdracht om samenvattingen in het engels te schrijven.

Daarnaast werken we aan het project KnowYourRights2008.org. Volgend jaar bestaat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, 60 jaar. Om dit te vieren worden er allerlei activiteiten georganiseerd en een website opgezet. De website gaat over een maand open. Ook werk ik mee aan het UNRIC magazine dat eens per maand uitkomt, en aan Cine-ONU een cinema-avond die we iedere maand voor studenten, VN medewerkers, en Europese medewerkers organiseren in Brussel. Op deze manier brengen we VN gerelateerde thema’s zoals armoede, wapenhandel en vredeshandhaving in de publiciteit. Kortom, leuk werk...

Het Joegoslavië Tribunaal
Als UNRIC-medewerker mag ik me inschrijven voor de vele conferenties die in de Europese hoofdstad georganiseerd worden. Laatst heb ik me voor een debat met Carla del Ponte, aanklager van het Joegoslavië Tribunaal, ingeschreven. Ik heb geen idee wat ik moet verwachten. Ik kan eerst het gebouw niet vinden, maar op een gegeven moment zie ik een paar douane motoren wegscheuren bij een gebouw met drie zwarte bolides ervoor geparkeerd. Dit moet het juiste adres zijn. Ik ben nu wel een beetje laat. Ik krijg van een vriendelijke mevrouw wat papiertjes en loop vrolijk met mijn koffie de zaal in.

Ik verwacht ergens achter in de zaal binnen te komen, maar tot mijn schrik kom ik midden in een zaal met een hele grote rechthoekige vergadertafel terecht. Zo’n 50 netjes geklede mannen en vrouwen zitten rond de tafel. Bijna iedereen kijkt me aan. Ik voel me ongemakkelijk en wil zo snel mogelijk aan de tafel gaan zitten. Maar dan zie ik opeens dat er allemaal bordjes op de tafel staan: Congo, Togo, United Nations, Cuba, European Union, Laos. Bordjes met ongeveer vijftig landen. Ik besluit om niet naar het bordje ‘The Netherlands’ te zoeken, en maar veilig plaats te nemen op de tweede rang.

Carla del Ponte geeft een toespraak. Alles is in het Frans, wat ik nauwelijks versta. Maar dan kom ik erachter dat er een koptelefoon aan de stoel hangt. Ik zet hem op, draai de knop naar kanaal twee, en warempel ik hoor Engels! Del Ponte spreekt over internationaal recht, en hoe moeilijk het is dat de Servische regering niet mee helpt om oorlogsmisdadigers Mladic en Karadzic op te pakken om ze voor het Joegoslavië Tribunaal te laten berechten. Zo lang zij niet zijn opgepakt wordt er geen recht gedaan aan de duizenden familieleden van de slachtoffers. Mladic en Karadzic zijn onder meer verantwoordelijk voor de genocide bij Srebrenica waar 8.000 mannen zijn vermoord.

Na het debat borrel ik onder het genot van een glaasje kwaliteits champagne (11 uur s’ochtends), en vreemde hapjes op lollystokjes met de bobo’s mee. Ik spreek onder andere met de ambassadeur van Laos, die mij verteld dat de eerste buitenlander in Laos een Nederlander was...in het jaar 1648.

Het Belgische Ministerie van Financiën
De ironie: woon ik twee jaar in Utrecht op een kamer van 6 vierkante meter, heb ik nu in Brussel 60.000 vierkante meter tot mijn beschikking. Dus 10.000 keer zoveel ruimte, en dat voor dezelfde prijs! Ik heb mijn intrek genomen in het oude Belgische Ministerie van Financiën. Het Ministerie heeft ergens anders onderdak gevonden, en nu staat het giga-gebouw leeg. Samen met tien andere antikrakers die verspreid door het gebouw wonen, zorgen we ervoor dat het gebouw niet gekraakt wordt. ‘Bewaakt door Bewoning’ staat er op mijn raam. Ik hoop dat het de krakers afschrikt…

Het is moeilijk om je een voorstelling van de grootte te maken. Stel je bijvoorbeeld een wolkenkrabber verdeeld over vier verdiepingen voor. Of de stationshal van Utrecht Centraal, maar dan vier verdiepingen hoog. Toen Bart, een Vlaamse vriend van me langs kwam, hebben we letterlijk uren door het gebouw rondgedwaald. Je komt er van alles tegen, stellages, liften, geheimzinnig gesloten deuren, prachtige uitzichten over Brussel, elektriciteitskamers, en ergens verstopt in de kelder, een mysterieuze oven van wel vier meter hoog. Ik ben benieuwd wat daar allemaal verbrand is. Ik heb wel een vermoeden maar daarover later meer...

Krakers
Oh ja, over krakers gesproken. Zo’n vijftien meter van mij, woonden er een paar in een oud huis ‘vastgeplakt’ aan ons pand. Mijn vader kwam laatst langs. Hij opent het raam, en zegt: “wat een stinkauto’s hier zeg.” Een eigenaardige geur bereikt mijn neus, en ik denk: “mmm dat moet wel een hele oude auto zijn geweest.” Een minuut later zien we grote rookwolken voor het raam langskomen. Brand! Het krakerspant staat in de fik!.

Ik loop naar buiten en zie de vier krakers hoestend met bierblikjes in de hand naar buiten komen, “water, we hebben geen water!” (In België is kraken illegaal, dus krakers hebben geen recht op water en elektriciteit) Voordat ik water kan halen komt de brandweer al aangesneld. Maar zelf actie ondernemen, hò maar. En de bierblikjes loslaten, al helemaal niet. Aangeschoten lopen ze voor het huis rond (10 uur s’ochtends). Op een gegeven moment heeft een politieagent er genoeg van, en begint met één van de krakers een meelijwekkend gevecht om zijn bierblikje. De kraker geeft niet zomaar op, en het bier spat alle kanten in de rondte. De kraker wordt aan zijn arm over de grond weg van het pand gesleurd. Het vuur is gelukkig snel onder controle, maar de krakers staan op straat. De politie laat het huis namelijk dichtmetselen. Hoewel het niet de meest sjofele mensen zijn hoop ik dat ze snel, een betaald onderkomen kunnen vinden. Misschien is ánti-kraak wel iets voor ze.

Rechts bovenin kun je doorklikken naar foto’s uit Brussel.

vrijdag 20 juli 2007

Voy a Holanda

Morgen is het zover. Na zeven maanden kom ik (zondagochtend) weer terug in Nederland. Hoe ik me voel? Bueno (goed)! Aan de ene kant jammer om het mooie Mexico te verlaten, maar ik vind het nu ook wel lang genoeg geweest. Ik heb veel zin om jullie weer in Holanda te zien. Ik was twee weken geleden al bijna naar Nederland vertrokken omdat mijn beppe (fries voor oma) overleden is. Ik kon helaas niet snel genoeg terugkomen om op tijd bij haar begravenis te zijn. Het was wel raar om dit op afstand mee te moeten maken, maar ik had via internet wel veel contact met mijn familie. Voor mijn gevoel had ik al een beetje afscheid van haar genomen voordat ik naar Amerika vertrok. Na een paar dagen met beppe's overlijden bezig te zijn geweest, dus maar weer verder met reizen. Na ons vorige Vocho avontuur in Mexico City (onze vriend, de automonteur heeft onze Vocho inmiddels weer verkocht!), gingen we naar het land van Fidel.

Hasta la Victoria Siempre
In het begin voelt Cuba als een droom. Habana, de hoofdstad is volgebouwd met Spaans koloniale huizen, die het samen met de klassieke Amerikaanse 'space' wagens uit de jaren vijftig, en de overal klinkende salsamuziek, iets magisch geeft. Het lijkt te mooi om waar te zijn, en dat is het ook. De volgende dagen ontdekken we het ware gezicht van Cuba: armoede.

Cuba heeft een socialistisch (communistisch) systeem. Dit systeem heeft veel goeds gebracht: onderwijs voor iedereen, gezonheidszorg voor allemaal, geen verschil tussen arm en rijk (iedereen is tenminste even arm in Cuba), bijna geen criminaliteit, en weinig racisme. Maar door het handelsembargo van de Verenigde Staten (Fidel Castro kan niet zo goed met Amerika overweg), is Cuba arm geworden.

Overal zie je het ongeschoren gezicht van Ernesto Che Gueavarra. Er is geen enkele kapitalistische reclame of advertentie in Cuba, wat een verademing. Wel overal Revolutionaire leuzen, en propaganda langs de weg. Af en toe rijdt er een bus naar Bergen op Zoom, of Oegstgeest voorbij (Cuba heeft de oude gele Nederlandse bussen gekocht).

Daarna zijn we wezen golfsurfen in Oaxaca en hebben we een awesome week in het hart van de jungle doorgebracht. Er volgt nog meer over Cuba en de mighty jungle, dus to be continued!

zaterdag 16 juni 2007

Taco y Vocho

We zitten nu bijna een week in Mexico en hebben veel beleefd! De eerste dagen zitten we in Ciudad de Mexico (Mexico Stad), in een hostel in het hart van de stad, bij het Plaza de Constitucion. De Dam in Amsterdam, zeg maar. Ciudad de Mexico is een megastad met 18 miljoen! inwoners. De stad is letterlijk gebouwd op de oude beschaving van de Azteken wat goed te zien is aan de ruïnes in de stad. Het ligt heel hoog (2000 meter), wat we elke keer goed merken als we de trappen van het oude hostel beklimmen. Er zijn opvallend weinig toeristen wat ons goed bevalt (we houden onzelf in de waan dat wij geen toeristen zijn :). Want wij willen Mexicanen ontmoeten. We lopen s'avonds door de stad, luisteren stiekum naar de muzikanten op Plaza Giribaldi die je anders naar het schijnt 600 pesos (50 euro), moet betalen voor een privé concert, en drinken Pulque, een klassiek Mexicaans drankje, van cactussappen, wat er uitziet als melk en smaakt als niets wat ik ooit eerder geproefd heb.

Overdag ontdekken we de levendige stad. De auto's scheuren door de straten, het is hier Italië keer tien. De groenwitte Volkswagen Kever taxi's bepalen hier het straatbeeld. Langs de kant van de weg zitten loodgieters, en electriciëns geduldig te wachten tot iemand langs loopt voor een opdracht. We zien veel protesten van Mexianen, die de nieuwe democratie serieus nemen, en overal staan kraampjes waar je eten kunt halen. Tacos, empanadas, pambazos, tripa (varkensdarmen), papas (aardappelen) met cactus (dit is Merel's favoriet), kokos, mango, noem het maar op. We leren als snel dat 'groen' niet voor 'fris' staat, als we een taco nemen en er veel groene saus op gooien. We barsten letterlijk in tranen uit, de saus 'heet' namelijk Picante. We kunnen geen prullebak vinden We vinden uit dat iedereen zijn vuil op straat gooit, wat s'avond weer door straatvegers wordt opgeveegd, dus we passen ons maar aan. We bekijken de Katedral, en el Palacio Nacional, met mooie muurschilderingen van Diego Rivèra.

Om het rondreizen door Mexico makkelijker en avontuurlijker te maken besluiten we een auto te kopen. Er is maar één auto die ik wil, en dat is een 'Vocho' (lees: votjoo), zoals VW Kevers hier genoemd worden. Via internet vinden we een kandidaat. De volgende dag komen eerst Lieke en ik, de antropologen, aan onze trekken, in het Museo Nacional de Antropología. In dit geweldige museum vinden we meer uit over Mexico's oude beschavingen. Voordat de Spanjaarden voet aan wal zetten rond 1530, waren de beschavingen van onder andere de Azteken en Maya's ver ontwikkeld. Maar door onderlinge strijd en ziektes die de Europeanen meebrachten, zijn deze duizenden jaren oude samenlevingen, in twee jaar! ingestort. Buiten het museum bewonderen we traditionele Mexicaanse Indiaanse 'paaldansers' die zich met zijn vieren, vanaf een dertig meter hoge paal achterover gooien, om zich aan een touw rond te laten cirkelen tot ze de bodem raken.

Daarna gaan we op zoek naar het adres van misschien onze nieuwe Vocho. Onderweg worden we door werkelijk iedereen aangestaard. Vooral hoogblonde Merel, trekt de mannelijke macho aandacht, met veel gefluit, en getoeter van auto´s. Gelukkig weet ze er goed mee om te gaan. De buurt wordt steeds armer, en we kunnen het niet vinden. een Mexicaanse vrouw (Lydia), spreekt ons aan en helpt ons bij het goede adres te komen. Lieke, die in Bolivia en Spanje gewoont heeft, spreekt goed Spaans en doet het meeste van het praten met de Mexicanen, wat ons al heel vaak gered heeft. De Vocho blijkt een oude gele bak te zijn uit 1971. Ik maak een testritje in de Kever, en omdat de auto het goed doet besluiten we hem te kopen. We nemen Lydia als dank, met wat familie, met onze nieuwe Vocho, al meteen bijgenaamd 'El Cacahuache' (lees: kakawatje. betekend: de pinda), uit eten. Maar de auto begeeft het al na 10 minuten! Al het verkeer raast om ons heen, en we zetten de auto aan de kant. We krijgen hem niet meer aan de praat, maar een vriendelijke automonteur (Omar) komt ons te hulp. Hij zegt dat we de auto de volgende dag weer kunnen ophalen.

De volgende dag komen we er achter dat niemand een auto uit 1971 (maar 36 jaar oud :) wil verzekeren. Uiteindelijk belanden we bij de Hollandse ING die het wel aandurft. De auto doet het inmiddels weer. Maar de auto mist een spiegel (eerste levensbehoefte voor autobestuurders in Mexico City), en een tankdop. Omar kent de weg en biedt aan om te rijden. We zijn net op de snelweg, als er een politieauto naast ons komt rijden en ons naar de kant wenkt. ''Wat hebben we fout gedaan?'' Lydia, die weer de hele dag met ons mee is, en Omar stappen uit, en wij houden ons voor domme buitenlanders, die we in dit geval ook echt zijn. Lydia komt terug de auto in en verteld ons wat er aan de hand is: ons nummerbord eindigt op een '4'! ''Yeah, so what?'' Nou, in Mexico city betekent dat, dat je op de vierde dag van de week, woensdag, geen auto mag rijden. Nu staan we voor de keuze, of de auto in beslag laten nemen, of een 'bribe' betalen van 400 pesos (30 dollar). Het is een vreselijke keuze, maar we kiezen toch voor de corruptie. Op weg naar de spiegel en de tankdop is het een kwestie van ontwijken van politiepatrouilles.

Nou eindelijk doet de auto het, en zijn we klaar om de volgende dag naar Cancun (1800 km afstand) te vertrekken waar ons vliegtuig naar Cuba zondag vertrekt. Maar op weg naar het hostel begeeft Cacahuache het weer!!! Wat een ellendig ding! We beseffen dat we hier nooit mee naar Cancun komen, het hostel is al te ver, en laten CACAhuache, bij een tankstation staan. We pikken de bak de volgende dag met Omar op, die de Vocho voor ons wil verkopen, voor hopelijk een redelijke prijs. De Pinda is de grootste miskoop uit mijn leven geweest, en heeft ons veel frustratie en teleurstelling gekost, maar hierdoor hebben we wel ontzettend coole Mexicanen ontmoet. We hebben veel rondgehangen met Lydia, Omar en hun vrienden en familie. Lydia is gewoon twee hele dagen vrijwillig met ons op stap geweest, zonder er iets voor terug te verlangen. En Omar heeft ons ook drie dagen door de hele stad gereden zonder er iets voor te vragen. Echt geweldig.

Intussen zijn we naar Cancun gevlogen, en vertrekken morgen voor 10 dagen naar Cuba. Ik wilde jullie even een kleine update geven, maar ik zie dat het niet klein meer is, we hebben ook zoveel meegemaakt in een paar dagen. Ik zal Fidel de groeten doen, en check ook even de nieuwe foto's.

zaterdag 9 juni 2007

Finals and Travelling

Finals Week
De laatste schoolweek is heavy. Vier tentamens in drie dagen. Alles wat je in vijf maanden geleerd hebt moet omgetoverd worden tot parate kennis. De sfeer in het International House is getressed. De bibliotheken zitten allemaal stampvol. Alle vermaak wordt even opzij gezet, en het I-House Café verkoopt liters koffie. Met slapeloze nachten, en heel wat grammen cafeïne, is het allemaal gelukt. Ik heb alle cursussen goed afgesloten! Het mooie hier is, dat de leraren alle tentamens binnen een week nagekeken moeten hebben. Dus je weet snel waar je aan toe bent.

Na de tentamens gaat het heel erg snel. Vrijdag wordt er een feest georganiseerd, en de volgende ochtend, om tien uur, moet iedereen zijn spulletje gepakt hebben en het I-House verlaten. Het is vreemd om afscheid te nemen. Vijf maanden zijn we intensief met elkaar opgetrokken, en dan houdt het ineens allemaal op. Alle emo-meters, lopen die avond en ochtend dan ook op volle toeren. Het mooie is wel dat we nu overal ter wereld contacten hebben, en er staat ons al weer een verjaardagsfeest/ reünie te wachten in Berlijn, over een paar maanden.

Reflection
Studeren in Berkeley was een geweldige ervaring. De vakken die ik heb gevolgd waren erg interessant en de leraren waren heel inspirerend. Naast het opdoen van kennis door het lezen van de literatuur en het volgen van de lessen heb ik gemerkt dat ik ook veel geleerd heb door te wonen in Berkeley. Deze stad is in Amerika een speciale plaats. Berkeley wordt gezien als de meest liberale stad in Amerika. Nog altijd niet zo liberaal als Nederland, maar een stuk liberaler dan andere plaatsen in Amerika. Toen ik een Amerikaanse christelijke vriend van mij vertelde dat ik in Berkeley ging studeren vroeg hij quasi serieus: “Are you sure you want to study in that God forsaken area?”

Nu valt dat wel mee. Op bijna iedere straathoek in het centrum staat een kerk. Maar het geeft wel aan hoe de rest van Amerika naar Berkeley kijkt. De stad en de Berkeleyanen gaan hun eigen weg. Berkeley’s bijnaam is dan ook ‘The People’s Republic of Berkeley’. Mensen in Berkeley zijn erg sociaal, politiek en milieu bewust, en daar heb ik ook wel wat van meegekregen. Vooral door de vakken Controlling Processes, en Community and Economic Development, kreeg ik inzicht in de negatieve invloeden van kapitalisme, consumentisme, en corporatisme. Door steeds meer welvaart te willen creëren heeft de mensheid de aarde beschadigd, en is een grote groep mensen achtergesteld. Gelukkig staan ‘milieu’ en ‘armoede’, nu hoog op de politieke agenda. Ik kan hier nog veel meer over schrijven, maar voor zover de terugblik.

Zelf blijf ik nog even rondhangen in Berkeley, en woon de ‘graduation’ van Ania uit Polen bij. Ze studeert af in Business. Dat gaat echt ‘american style’, met de bekende platte hoeden en toga’s die de afgestudeerden dragen. Je kent het wel uit de films. Ook verpats ik mijn motor, voor een goede prijs, aan een man van vijftig in Frisco, die na 30 jaar onthouding weer een motor wil hebben.

Dad in California
En plotseling is daar, mijn vader… Het is leuk om elkaar weer te zien na zo’n lange tijd. De volgende dag laat ik hem ‘mijn wereld’ in Berkeley zien: het I-House, de universiteit, Telegraph Avenue, de Strawberry Canyon Pool, en de Berkeley Hills. Daarna gaan we op stap met onze mooie gehuurde Dodge Nitro 4x4 machobak. De eerste halte is Yosemite National Park. God, wat mooi! Nog nooit zoveel natuurlijke schoonheid bij elkaar gezien. Fantastische watervallen, een prachtige groene vallei, die vroeger door een gletsjer is uitgesneden, en hele imposante rotsen. De meest opvallende rots in de vallei is de Half Dome, die voor mij onweerstaanbaar is, en wel bedwongen moét worden. Omdat de tocht volgens het informatieboekje ‘streneous’ is en je er 12 uur voor moet uittrekken, ga ik alleen, en rijdt mijn pa die dag wat rond met de auto. Uiteindelijk valt het mee hoe zwaar de tocht is, ik sta in vier uur op de top.

In Amerika zie je wel vaker dat de verantwoordelijke instanties je, voor Nederlandse begrippen, overdreven waarschuwen. Het beroemdste voorbeeld is de handleiding van de magnetron, waarin staat dat je je huisdier niet kunt drogen in de microwave. Dit, nadat een oude vrouw haar lieve katje had opgeblazen. Instanties kunnen heel makkelijk door ‘slachtoffers’ aangeklaagd worden in Amerika. Door veel te waarschuwen zijn ze niet meer verantwoordelijk. De tocht naar Half Dome was geweldig! Vooral de watervallen zijn zo mooi (zie de foto’s rechts boven in de blog).

Kings Canyon National Park is het volgende station. Hier zien we een wilde bruine beer, het symbool van California. We ontdekken dat je heel goed in de auto kunt slapen, dus we besluiten het hostel links te laten liggen, en in het park bij een beek te ‘kamperen’. Biertje erbij, vuurtje erbij, helemaal voor elkaar…

Dan Seqoia National Park. Ongelofelijk wat een reuzen! In dit park staan de grootste bomen ter wereld. Er staat een boom met een diameter van twaalf meter. Er staan giganten tussen van 100 meter hoog, met een schil (ik ben het Nederlandse woord vergeten :) van meer dan een meter dik. Everything is BIG in America!

Mijn pa en ik zijn intussen helemaal fan van de nationale parken. Amerika heeft s’werelds meest uitgebreide systeem van nationale parken. Dit vooral dankzij John Muir die zich begin vorige eeuw inzette voor behoud van wildernis. Nu heeft Amerika tientallen nationale parken die beschermd worden tegen menselijke beschadiging.

Dit keer gaan we naar een heel bekend park. De vallei der doden, oftewel: Death Valley. De naam overdrijft niets. De vallei is een kale vlakte met hier en daar een bosje, een duin, een spookstad, en wat zoutkristallen. En dat alles in een zomers temperatuurtje van 50 graden! Maar wel adembenemend mooi. S’nachts slapen we in een canyon, en we worden s’ochtends geroosterd wakker… We besluiten om goed gebruik te maken van de 4x4 wagen, en nemen een paar spectaculaire gravelwegen.

Het is weer hoog tijd voor civilisatie, en wat voor civilisatie! Las Vegas, wereldhoofdstad van de ‘eenarmige bandieten’. Het centrum van Las Vegas is een vijf mijl lange weg, ‘The Strip’, met alleen maar hotels. De hotels hebben allemaal een ander thema. Zo is er het hotel ‘Venetia’, waar ze de Italiaanse stad nagebouwd hebben. Aan de binnenkant lijkt het net alsof je door Venetia loopt. De plafonds zijn beschilderd met wolken, en er lopen grachten in het hotel, met echte gondeliers. Zo heb je ook een hotel van New York, MGM Filmstudios, Paris, en veel meer. Alles is kitch. In de hotels draait het voornamelijk om shoppen en gokken. De meeste mensen zijn toeristen die een paar dagen blijven. De rest heeft van gokken hun beroep gemaakt.

The Strip is indrukwekkend, maar als dit civilisatie is, dan maar weer een park. De Colorado River heeft in Arizona een twee kilometer diepe canyon (kloof) uitgesneden, de Grand Canyon. Weer een natuurwonder. Pa en ik kunnen het niet weerstaan om de canyon naar beneden te klimmen. Maar ja, dan moet je ook weer omhoog. De terugweg is heel wat heter en zwaarder dan de heenweg, maar we hebben alle tijd en bereiken s’avonds weer de begane grond, samen met een Duitse vader en zoon, die ook door Amerika aan het reizen zijn.

Daarna eten we in het Navajo indianen reservaat, gaan we in Los Angeles naar de glazen Chrystal Cathedral Church, bezoeken het mooie kasteel van krantenmagnaat William Randolph Hearst, surfen in Santa Cruz, en we brengen de laatste dagen in San Francisco door met een fietstocht over de Golden Gate Bridge, en een boottocht naar Alcatraz, oftewel The Rock, het beroemde gevangeniseiland, waar o.m. Al Capone gevangen zat.

Mexico and Cuba
Vandaag is mijn vader teruggegaan naar Nederland. Ik vertrek zondag naar Mexico waar ik samen met twee vriendinnen ga rondreizen. Na een week in Mexico maken we voor tien dagen een uitstapje naar Cuba. Een unieke kans nu Fidel Castro nog leeft…Ik probeer zo nu en dan een berichtje te plaatsen. En zondag 22 juli kom ik weer terug!

dinsdag 10 april 2007

Spring Break

Twee weken geleden, vertrok ik zaterdag om zes uur, in de mistige ochtend, vanuit Berkeley op de Shadow, voor een reis van acht dagen, die ik niet snel zal vergeten…

Sa
Het reisplan is om via de bekende Highway 1, oftewel de Pacific Coast Highway, van San Francisco, via Los Angeles en San Diego naar La Paz, de zuidelijkste stad in Baha California, in Mexico, te rijden.
De eerste dag wil ik Saul Davila, een Amerikaanse vriend die ik ken van mijn tijd in Maui, bezoeken. De reistijd naar Los Angeles, waar hij woont, is normaal gesproken zes a zeven uur, maar langer via de Highway 1. Daarom vertrek ik erg vroeg, nog voor zonsopgang, van het International House in Berkeley. Langzaam wordt het licht en zie ik waar ik rijd. De kronkelige weg voert mij pal langs de blauwe oceaan met witte schuimkragen, stille stranden, rotsige, stijle kliffen, spanbruggen van meer dan 100 meter hoog, planten en bomen die ik nooit eerder gezien heb, een surfcompetitie, walrussen, en Malibu. In twee woorden: ge-weldig! Klik op de kaart voor een vergroting.


Na een rit van dertien uur vind ik het huis van Saul in Torrence, Los Angeles. In de Maui-tijd was Saul een echte vrijbuiter die altijd met ‘spungeing’, oftewel bodyboarden bezig was,en niet echt wist wat hij wilde met zijn leven. Nu, drie jaar later is Saul (30 jaar) getransformeerd tot een heuse ‘family man’. Hij is inmiddels een jaar getrouwd en heeft vorige maand zijn eerste koter ontvangen, Isabella. De baby, is twee maanden te vroeg geboren, een echte miniatuurbaby, maar ze doet het intussen goed (ik weet niet hoe ik dit anders moet zeggen :) Ze heeft af en toe alleen wat ademhalingsproblemen, dus moet ze constant in de gaten worden gehouden. Ik zie hoe intensief dat is voor Kristen en Saul, en heb veel respect voor de manier waarop Saul de verantwoordelijkheid, om voor ze te zorgen, op zich neemt.

Su
De volgende ochtend ga ik met hen mee naar King’s Harbor Church. Wat mij opvalt in Amerika is het patriottisme. Amerikanen zijn erg trots op hun land. Overal hangen vlaggen en zelfs bij binnenlandse sportwedstrijden wordt het volkslied gespeelt. Zo hangt er voorin de moderne kerk, een omgebouwde loods, een Amerikaanse vlag. Na een paar ‘worship songs’ begint de pastor te spreken over ‘onze jongens’ in Irak en de strijd tegen ‘het kwaad’. Het verbaast me hoe makkelijk de pastor een bruggetje bouwt tussen de oorlog in Irak tegen het kwaad, en de spirituele oorlog van ‘het licht’ tegen ‘de duisternis’. In Amerika is het misschien wel nodig een sterke Amerikaanse identiteit te kweken, omdat het volk bestaat uit immigranten van over de hele wereld. Om al deze etnische groepen samen te binden is er als het ware een ‘Amerikaanse supra-etniciteit’ nodig die alle andere overstijgt. Excuse me, dit was even een antropologisch uitstapje :)

Na, een leuke tijd met Saul en zijn familie bezoek ik s’avonds in Orange County (The OC, voor tv-kijkers), de bekende Saddle Back Church, van voorganger Rick Warren. Een Amerikaans fenomeen zijn de zogenaamde mega-churches. Dit is er één van. De church ziet er niet bepaald uit als een stereotyp Nederlandse kerk. Het lijkt meer op een school campus, met verschillende gebouwen. Een kinderopvang, kantoren, restaurant, café, jongerentent, een boekenwinkel en de kerkzaal. En dit alles opgemaakt met watervallen, sfeerverlichting en palmbomen. Ik loop de gigantische kerkzaal binnen en neem plaats op de tribune. Een, jonge, cool uitziende voorganger vertelt een boeiend, humorvol, en eigentijds verhaal over de nadelen van jaloezie, opgehangen aan het verhaal van Jozef en zijn broers. Hij gebruikt wetenschappers, en bekende leiders om zijn verhaal kracht bij te zetten. Daarnaast visuele middelen zoals een mooie nagemaakte mantel van Jozef. De 25-jaar oude kerk is opgezet in Orange County, een wijk waarin veel hoogopgeleide, rijkere mensen wonen. Meer dan 20.000 mensen zijn actief lid.

Hollywood, in het noorden van Los Angeles is het volgende station. Ik slaap daar in een backpackers hostel, en ontmoet daar Thomas (Duitsland) en Sushim (India), vrienden uit het International House. We lopen over Hollywood Boulevard, en fotograferen de bekende sterren op de Walk of Fame. Het is zondagavond en behalve een paar dronken zwervers is het bijna uitgestorven. “Dat was zaterdagavond wel anders!”, zegt Sushim, die al een dag langer in Hollywood was.

Mon
Dag drie begint met een zelfgebakken engelse pannekoek in het gezellige hostel. Daarna wil ik weer vertrekken op de motor, maar zie ik een geel papier bij het stuur. Een boete! Verkeerd parkeren, met de motorcycle nog wel! Een voorbijganger wijst op de moeilijk zienbare rode lijn op de stoep. Snel vergeten, het is tenslotte Spring Break! Ik rijd de bergen op over smalle weggetjes, door een luxe villawijk, om zo dicht mogelijk bij het HOLLYWOOD-teken te komen. Uiteindelijk sta ik er 30 meter onder. Nu, op naar San Diego, waar achttien International House studenten een huis pal aan de zee gehuurd hebben. Ik rijd langs de hoge wolkenkrabbers van Los Angeles Civic Centre, door Beverly Hills, de wijk van de ‘rich and famous’, en maak een stop (is dit Nederlands?) in Venice Beach. Dit is een bekend strand met een lange boulevard. Ik loop langs het strand en krijg een concert van een elektrisch gitaar spelende rollerskater, zie de bodybuilders op Muscle Beach, spreek met een kerel, die zijn hele gevangenishistorie uit de jaren ’80 met mij deelt, en zie een rocker op een Harley Davidson fiets. Een bonte boel. S’avonds bereik ik het huis in San Diego, na een regenachtige tocht. Het leven van een motorrijder gaat niet altijd over rozen…

Tue
In het huis, met een borrelbad in de tuin, is het één en al gezelligheid! De volgende dag willen we gaan surfen, maar omdat het keihard waait zijn de golven te ‘choppy’. We besluiten te gaan bodyboarden. Terwijl we de golven aan het ‘catchen’ zijn, zien we een man naar onze spullen op het strand graaien. Thomas er achteraan. Maar nog voordat hij de man achterhaalt heeft, wordt hij al door de politie ingerekend. De zwerver heeft Thomas broodje gejat… We maken nog meer mee die dag. Eerst lopen we tussen de wolkenkrabbers, in het financiële centrum van San Diego, met onze strandkloffie. De mensen reageren heel serieus als we ze vragen waar het strand is. Dan gaan we naar het Balboa Park.

Volgens Sushim is het in China heel normaal om achterstevoren te lopen, “dat is heel stimulerend voor de hersenen.” “Nou, dat moeten we maar eens proberen dan, ik kan wel een paar soepele hersenen gebruiken.” Wij achteruitlopen, struikel ik bijna over een fiets die midden op het voetpad ligt, niet gezien natuurlijk… De licht ontvlambare gast die er naast staat, ontzettend kwaad! “Hey homey, what’s up man? what’s your problem man, f#@$% f@#%$?”, zegt hij al spuwend op de grond voor mijn voeten. We maken ons dus maar snel, dit keer niet achterstevoren, uit de voeten. Een straat verderop zien we een man ruw gearresteerd worden omdat hij op de brede éénrichtingsweg, zonder verkeer, in het park, tegen de pijlen in fietst! Ongelofelijk voor een fiets liefhebbende Nederlander als ik. Na een kwartier werd hij wel weer vrijgelaten. We bekijken nog vliegtuigen die zo laag overkomen dat je de wind achter je oren kunt voelen, en gaan terug met de bus. De buschauffeur, verlaat plotseling de bus bij een tankstation, voor meer dan vijf minuten, om een plasje te plegen.

Wed
Woensdag is een lazy strand day. S’avonds vertrekken we met de hele groep naar Rosarito, in Mexico, om een avondje uit te gaan. De strandtent met beach volleybal en een elektrische rodeostier is het hoogtepunt van de avond. Na een Mexicaans taco ontbijt in de ochtend verlaat ik mijn I-House vrienden om alleen verder te trekken. Inmiddels ben ik erachter gekomen dat het nog 1.000 mijl, oftewel 1.600 kilometer naar La Paz is. Net iets te veel van het goede om heen en weer te gaan in drie dagen, maar ik besluit om nog zover mogelijk te komen.

Thu
Mexico en Amerika zijn een wereld van verschil. Zodra je de grens over trekt verandert het wegdek in gatenkaas, verouderen de auto’s tien jaar, en is de wegwijzering verdwenen, moeilijk te lezen en in het Spaans. Het duurt even voordat ik door heb dat de Mexicanen het metrische stelsel hanteren, het voelt eerst alsof de mijlen onder mij door vliegen, maar dat komt dus alleen maar omdat mijlen weer gewoon kilometers zijn. In Ensanada bewonder ik de grootste vlag van Mexico, en de haven met haar cruiseschepen. Ik rijd door op de Highway 1, langs de kust. Het zeewater wordt steeds lichtblauwer en de rotsen worden kaler. Op een gegeven moment is Highway 1, nog de enige verharde weg. Ze leid mij door kleine Mexicaanse dorpjes, met fruit en kledingkraampjes langs de kant van de weg. Af en toe stop ik om te tanken of om een lekkere taco bij een Taqueria te eten. De Mexicanen zijn erg vriendelijk. In het dorpje El Rosario, vind een goedkoop hostel, El Sinahi genaamd. Ik heb inmiddels een chronisch slaapgebrek en val als een blok in slaap.

Fri
Vrijdagochtend, vraag ik de weg aan de baas van het hostel, een vriendelijke man van rond de vijftig. Hij is erg geïnteresseerd in mijn reis, en nodigt me uit om te ontbijten in zijn restaurant. De volgende pinautomaat op Highway 1 is meer dan driehonderd kilometer verderop. Verder dan de pesos die ik nog heb mij kunnen brengen. Ik moet dus 80 kilometer terug naar het vorige dorp om te pinnen. “No es un problema”, zegt Armando, de hostelbaas. “Ik moet zelf ook die kant op, dus je kunt met mij meerijden.” Een leuke rit waarin ik in mijn ‘beste Spaans’ hem wat nuttig Engels probeer bij te brengen. “Uno taco maïs o harina, een bloem of een maïs taco?” Al pratende haal ik mijn basis in Spaans ook weer op. Het valt me op dat hij veel over zijn familie praat. Nu is het in Latijns Amerikaanse landen normaal om bij kennismaking gegevens over je familie uit te wisselen, “hoeveel broers en zussen heb je?, hoe oud zijn ze?”. Maar Armando blijft maar over zijn prachtige dochter praten.

Aangekomen in San Quintin, stopt hij dan ook bij zijn dochter die als penningmeester bij de gemeente werkt. Een vlotte, aantrekkelijke meid, van 23 jaar, Armando heeft inderdaad niet overdreven. Even later zoeken we een pinautomaat op, maar die heeft helaas geen geld! Gelukkig is er nog een pinautomaat in het dorp. Opeens staat Jasmine, zijn dochter er met haar auto. Ik moet maar even met haar de andere pinautomaat opzoeken, “dan ontmoet ik jullie wel weer”, zegt Armando glimlachend. We pinnen het geld, doen wat inkopen voor het restaurant en ontmoeten Armando weer. Op de weg terug naar El Rosario blijft hij maar over zijn intelligente dochter praten. Hij nodigt me weer uit om te eten, dit keer met zijn vrouw. Nu kan ik niet alle Spaans volgen, maar hoor ik hem toch duidelijk zeggen: “Het is wel een hele goede jongen voor onze dochter!” Ik zit er niet echt op te wachten om uitgehuwelijkt te worden, en besluit dus maar om weer snel verder te trekken, ha ha.

De omgeving langs Highway 1, na El Rosario is makkelijk te beschrijven. Rotsige heuvels, ontelbare cactussen, omgeslagen autowrakken, biddende valken, en kruisen voor vrachtwagenchauffeurs. That’s it, behalve af en toe een klein dorpje. Ik rijd de hele dag totdat ik de eindbestemming van mijn reis bereik: La Bahia de Los Angeles. Het is al donker als ik in mijn cabaña, direct aan het strand, trek. Ik loop wat rond door het bijna uitgestorven dorpje, en praat met jonge Mexicanen die vertellen dat er morgenavond een grote fiësta is. Van Nederland en Johan Cruijff hebben ze nog nooit gehoord.

Sa
Zaterdag, word ik wakker van het gebrom van motoren. Ik loop naar buiten en zie een prachtige zonsopgang, over een wit strand, een spiegelgladde zee, en vissende pelikanen. Het gebrom komt van visserboten, die uitvaren. Ik mag nog mee, maar ze komen pas in de middag terug. Omdat ik zondagavond weer terug in Berkeley wil zijn, en Berkeley meer dan 1.500 kilometer weg is, besluit ik het schip te laten varen, en zelf koers terug te zetten richting Amerika. Onderweg probeer ik nog een cactus te melken, en verlies ik mijn slaapzak ergens in de woestijn. Ik overnacht na een rit van tien uur weer bij de I-House vrienden in San Diego.

Su
Zondag rijd ik, weer in een rit van tien uur, naar Berkeley. Het is onderweg heet en het waait hard. Om zeven uur s’avonds ben ik weer terug waar ik begon, bij het International House in Berkeley. De kilometerteller staat op 2.200 mijl, oftewel 3.500 kilometer, de afstand van Utrecht naar Madrid en terug. De motorfiets heeft goed werk geleverd. Op een lekkende schokbreker en een klein remprobleem na, heeft de 22-jarige Honda het perfect gedaan. Uitgeput, terugdenkend aan de mooie avonturen, val ik in slaap…

Last School Weeks
Nu nog zes weken school te gaan. Vijftien mei is het schoolseizoen hier officieel afgelopen. De laatste weken zijn de zwaarste, dus nog even aanpoten. Afgelopen vrijdag heb ik mijn rechter pink gebroken met een potje voetbal, de motor zal me dus niet te veel afleiden de komende tijd. Gelukkig kan ik nog typen, op dit moment mijn eerste levensbehoefte, met alle papers die ik moet inleveren. Foto’s van de Spring Break kun je rechts bovenaan in de blog zien.

woensdag 14 maart 2007

Everything and Nothing

Het is nu twee maanden geleden dat ik voet op Amerikaanse bodem zette. De tijd gaat heel erg snel moet ik zeggen. Ik heb al veel gezien en meegemaakt hier, maar ik wil nog zoveel doen! Het moeilijkste vind ik om de juiste balans te vinden tussen studie en vrije tijd. Aan de ene kant wil ik naast studeren, California ontdekken, wat van het lokale leven meekrijgen, genieten van het fantastische weer hier (deze hele week zon en 20 graden), en de coole mensen hier leren kennen. Aan de andere kant vind ik het een geweldige kans om hier te studeren, zijn de vakken ontzettend interessant, leer ik heel erg veel, en zou ik het erg jammer vinden Berkeley te verlaten zonder deze kans volledig benut te hebben (jullie lezen dat ik me al helemaal aan de ‘american way of talking’, met superrelatieven, heb aangepast). Dus het is voortdurend schipperen om de gulden middenweg te volgen, wat is Nederlands toch een mooie taal!

Earthquake Hazard
Vorige week donderdagavond zat ik in de rechten bibliotheek, een mooie en rustige bibliotheek, te studeren. Ik was net in gedachten verzonken toen opeens de grond onder mijn voeten begon te schudden. De dakplaten begonnen te trillen, en ik kon de steunpilaren van de bibliotheek heen en weer zien bewegen. Het duurde allemaal zo’n vijf, zes seconden en toen was het over. Naast mij stond een jongen ‘geschokt’ bij zijn stoel. We keken elkaar aan en het enige wat ik kon uitbrengen was: “Man, this was my first earthquake!”

Voor veel van jullie klinkt het misschien wat vreemd, maar toen ik naar San Francisco ging wilde ik wel graag een aardbeving meemaken. Gewoon om te weten hoe het is. Aardbevingen zijn hier niet ongewoon. Zo hebben ze hier naast het weerbericht ook een aardbevingbericht in de krant. Toen ik mij aanmeldde voor het International House moest ik ondertekenen dat ik het I-House niet verantwoordelijk zou houden in geval van schade bij een aardbeving. Het I-House is namelijk 100 meter naast de ‘Hayward Fault’ gebouwd. Aardbevingen worden veroorzaakt doordat er druk wordt opgebouwd tussen twee aardplaten op een breuklijn. Als de spanning te groot wordt beginnen de aardplaten langs elkaar of over elkaar te schuiven wat een aardbeving veroorzaakt. De meeste breuklijnen lopen door zee, maar in sommige gevallen ook over land, zoals bij San Francisco. Deze aardbeving was de zwaarste aardbeving sinds enige tijd, met een kracht van 4.4 op de schaal van Richter. Er zijn hier en daar wat leidingen gesprongen, maar veel schade heeft deze beving niet veroorzaakt. Binnen 30 jaar verwachten ze hier wel een ‘major earthquake’…

Naast het I-House staat het Memorial Stadium, een heel groot American Football stadion. Dit stadion is midden op de Hayward breuklijn gebouwd. Het stadion schuift dan ook langzaam in twee helften uit elkaar. Dit kun je zien aan de beroemde ‘Hayward crack’ in het stadion, die alsmaar groter wordt (zie foto).

Save the Oaks!
Nu beseffen de Amerikanen dat het misschien toch niet zo’n goed idee was om het Memorial Stadium óp de breuklijn te bouwen. Stel bijvoorbeeld eens dat de Golden Bears, het team van UC Berkeley, tegen grote rivaal, Stanford Cardinals speelt, in een uitverkocht, met 73.000 mensen gevulde stadion, en… Nou ja, je weet wat ik bedoel. Daarom hebben ze nu plannen om het hele stadion te verplaatsen! Maar eerst willen ze naast het stadion gymzalen bouwen om gebruik van het stadion te ontlasten. Er is alleen een probleem. Naast het stadion staan namelijk een paar eiken, en mensen in Berkeley zijn heel erg gesteld op eiken. Dus om de plannen tegen te werken bouwen ze boomhutten bovenin de eiken, waarin ze slapen, zodat de bomen niet gekapt kunnen worden. Logisch toch! De bomen worden nu al meer dan twee maanden bezet. Het protest wordt gesteund door een groot deel van de Berkeleyanen, waaronder een oud-burgemeester. Maar het echte werk wordt gedaan door de werkloze hippies. Berkeley kent veel dakloze mensen, waarvan veel rechtstreeks zijn overgewaaid uit de flower power jaren van de sixties (kan goed want flower power begonnen in San Francisco).

De hippies hebben het zware werk op zich genomen en bemannen om en om de boomhutten. Overdag zitten ze bij de eiken, spelen ze muziek, maken ze praatjes met de vele geïnteresseerden, en geven ze speciale eik-klimlessen! Nu wilde ik dat ook wel eens doen, dus ik stond met klimspul klaar onder de boom, maar ik werd weggestuurd door de politie: “The oaks are UCB property, climbing them is an illegal act, you will break state law.”

De actie heeft wel degelijk succes. Het heeft aandacht gekregen van veel landelijke radio-en televisie zenders en de eerste rechtszaak is al gewonnen. Zie hieronder het interview met actievoerder William. Je kunt denken: “Ach het zijn maar een stuk of 40 eiken, wat maakt het uit.” Maar het gaat hier om meer. De eiken zijn geplant als gedenkteken aan slachtoffers van de Vietnamoorlog, en het gaat om vragen als: wie beslist hoe de omgeving ingericht wordt, politiek, bedrijven en organisaties, of de burger zelf? en hoe gaan we in het algemeen om met natuur en omgeving. Ik vind het een inspirerend en zinvol protest. De burgers van Berkeley zijn betrokken met hun eigen leefomgeving. In de lessen, bij Community and Economic Development, leer ik dat democratie pas echt democratie is als burgers actief zijn in hun buurt en er daarnaast veel over te zeggen hebben (decentralisatie van macht). Ook kun je de Save the Oaks actie zien als een symbool van onze menselijke verantwoordelijkheid om respectvol om te gaan met natuur. Ondiep, mijn eigen wijk in Utrecht is een wat minder goed voorbeeld van activiteit in de buurt. Het is de bedoeling dat de wijk gesloopt wordt, maar niet zo vroeg al! Wel tragisch wat er gebeurd is met die man. Ik hoop dat na al de negatieve aandacht de problemen in de wijk nu opgelost worden.

School Business
Deze weken vlak voor de ‘spring break’ heb ik veel tentamens. De lente periode duurt hier vijf maanden, en vlak voor de lente vakantie, in het midden van de periode, wordt je getoetst. Qua moeilijkheidsgraad zijn de tentamens vergelijkbaar met die in Utrecht, alleen is de tentamenstof een factor twee, drie keer zo groot. Daarnaast doe je hier meer kleine opdrachten en presentaties, en wordt je becijferd op participatie in de les. De studenten zijn dan ook actief in de les, met het stellen van vragen en geven van opmerkingen. Hierdoor wordt je zelf ook gestimuleerd wordt om actief deel te nemen. Je merkt niet dat door de verwachte lesparticipatie iedereen haantje de voorste wil zijn en een ‘strebermentaliteit’ veroorzaakt, wat ik vooraf wel verwachtte.

Een ander fenomeen zijn de ‘office hours’. Dit zijn uren waarop de professoren beschikbaar zijn voor studenten. Na een beetje navragen kwam ik er achter dat bijna alle studenten naar office hours gaan. In Nederland zou dit wat slijmerig overkomen, maar het is hier heel normaal. Ik had wat vragen over de lessof en ben dus ook maar eens office hours gaan bezoeken. Naast een antwoord op vragen, ontmoet je ook de professor en hij/ zij leert jou kennen waardoor het onderwijs wat persoonlijker wordt.
In de komende springbreak ben ik van plan om richting Mexico te rijden op de motorfiets.

Interesting People
De vakken die ik volg zijn bere interessant. Af en toe worden er gastsprekers uitgenodigd. Vorige week was professor Dijani te gast, bij het vak over analyse en oplossing van internationale conflicten. Dijani is professor in rechten, en was direct betrokken bij de vredesonderhandelingen tussen de Israeliërs en de Palestijnen in Camp David in 2000. Het was interessant om te horen hoe het er aan toe gaat bij de vredesonderhandelingen over “the most complicated conflict on the planet”. Zo vertelde hij dat de vredesonderhandelaars elkaar al jaren kennen en vaak zelfs vrienden zijn. Maar zodra de onderhandelingen beginnen ontstaat er een zakelijke, ijzige sfeer, waarin van vriendschap niets meer te merken is. Het zal ook nog wel even duren voordat het conflict wordt opgelost.

Naast de lessen zijn er tal van andere activiteiten. Er worden veel documentaires vertoond, congressen georganiseerd en lezingen gehouden. Vorige week kwam John Edwards, naast Hillary Clinton en Barck Obama presidentskandidaat voor de Democraten in 2008, langs om stemmen te werven. Zo, die man kan spreken, joh! Een man met heel veel charisma. Daar kan Balkenende niet aan tippen :) Maar zoals met elke politicus gaat het niet alleen om de verpakking maar om zijn/ haar verhaal en prestaties. Edwards vertelde het verhaal van ‘two America’s’, het arme en het rijke Amerika. Hier zit wel wat in, want van alle welvarende westerse landen is de kloof tussen rijk en arm het grootst in Amerika. Hij wil er alles aan doen om dit te veranderen. Toen ik naar Amerika kwam dacht ik dat de Republikeinse Partij van Bush, de christelijke en dus ook de sociale partij was. Dit is niet zo. De Democratische regeringen hebben zich sinds de laatste 40 jaar ingezet voor sociale programma’s tegen armoede, die vervolgens door de Republikeinse regeringen weer werden afgeschaft. Edward’s toespraak werd steeds onderbroken door hard applaus en enthousiast gejoel. Er werd zelfs geklapt toen Edwards zei dat de Amerikanen hun grote auto’s moeten opgeven om het broeikaseffect tegen te gaan! Veel charisma die man…

Vandaag sprak Lt. Generaal Dallaire, die tijdens de Rwanda Genocide in 1994, commandant van de VN-missie was. Hij komt ook voor in de tragische film Hotel Rwanda. Dallaire sprak over het menselijk falen om genociden te voorkomen. Auschwitz, Cambodja, Srebrenica, Rwanda, allemaal plaatsen waar mensen opzettelijk en planmatig zijn uitgemoord. En dit alles omdat ze een bepaalde etniciteit bezaten. Waarom kon dit niet voorkomen worden? En wat doen we met Darfur? Hier gaf hij een interessante beschouwing over, maar omdat het inmiddels kwart voor drie s’nachts is zal ik hier niet verder op in gaan. Sleep tight, don’t let the bedbugs bite!

zaterdag 10 februari 2007

Fish etc.

Overlijdensbericht
Ik begin maar met het slechte nieuws. Eén van mijn twee vissen heeft namelijk het leven gelaten… Hij is gistermiddag overleden aan een onbekende ziekte.
‘Dopoogvis één zonder naam’ was een fijne vis. Hij was altijd op zoek naar het avontuur. Soms kwam hij naar boven om te zien hoe het leven er boven de waterspiegel uitzag, en een andere keer zwom hij driftig rondjes op zoek naar voedsel in zijn kom. Zijn precieze geboortedatum is niet bekend, maar ik denk dat hij bijna 3 jaar oud geworden is. Dopoogvis één zonder naam, ik zal je missen… Zijn favoriete -en uitvaartnummer, Scooter – How Much is the Fish, heb ik in de ‘Music Player’ gezet. Hij zal in de achtertuin begraven worden. Denk ook even aan Dopoogvis twee zonder naam die voortaan zonder gezelschap zijn rondjes zal moeten zwemmen…

Een jongensdroom is uitgekomen!
En dan het goede nieuws. Ik ben nu de trotse eigenaar van een ‘motorcycle’. Het was altijd al een wens van me om rondjes op mijn eigen apparaat te rijden. Ik heb hem via Craigslist, de ‘marktplaats.nl’ van San Francisco gekocht. Na een lange reis met het openbaar vervoer (twee-en een half uur) kwam ik bij de motor. Ik was direct verkocht, de motor dus ook. Maar had één probleem: ik kon niet genoeg geld opnemen en de motor dus maar half betalen. Maar dat was voor de eigenaar, een wel hele relaxte gozer, geen probleem: “Ach, kom volgende week maar een keer langs en betaal dan de rest maar…”
Voor de kenners: het is een Honda Shadow VT500 uit ’85, in goede staat. Het is echt fijn om een motor te hebben. Nu kan ik California écht gaan ontdekken, en ik verkoop hem gewoon weer als ik terugga naar Nederland.

Pieter, wat studeer je nu eigenlijk?
Deze vraag wordt vaak aan mij gesteld, en nu dacht ik: “laat ik van deze gelegenheid gebruik maken om alle onduidelijkheid de wereld uit te helpen.” Het is allemaal wat ingewikkeld, maar ik zal het kort uitleggen. Ik ben nu derdejaars student in Utrecht, en ik doe eigenlijk twee studies (bachelors) waarvan veel vakken overlappen. Normaal staat er drie jaar voor één ‘bachelor’, maar door de overlap kan ik twee bachelors doen in vier jaar. Ik ben begonnen met de bachelor Liberal Arts & Sciences. Nee, hiermee wordt je geen wetenschappelijke schilder :) Met deze studie wordt je ‘kennismakelaar’ van de wetenschap.

Wetenschap in het algemeen kun je zien als het beschrijven van de wereld waarin we leven. Dit kun je vanuit verschillende invalshoeken doen. Dit zijn de verschillende wetenschappen, zoals psychologie, natuurkunde,en literatuurwetenschappen. Wetenschappers verzamelen informatie door het doen van onderzoek. Deze informatie kan vervolgens op allerlei manieren toegepast worden. Een willekeurig voorbeeld is een onderzoek van een aardwetenschapper (geoloog) naar aardverschuivingen in Peru. De geoloog verzamelt hier informatie over. Deze informatie kan vervolgens gebruikt worden om te voorspellen welke gebieden gevoelig zijn voor aardverschuivingen. Zo kunnen mensen bij dreiging van een aardverschuiving, op tijd geëvacueerd worden.

In het eerste jaar doe je veel kennis op van de verschillende wetenschappen, zodat je hiervan een overzicht oftewel ‘birds eye view’ krijgt. Ik heb cursussen gehad in o.a. Spaans, Kunstgeschiedenis, Aardwetenschappen, Biologie en Bedrijfswetenschappen. Hiernaast leer je vaardigheden, zoals het vergelijken van wetenschappen (interdisciplinair denken), wetenschappelijk schrijven, en redeneren.

In het tweede jaar ga je je echt verdiepen in één wetenschap. Ik heb Culturele Antropologie gekozen. Normaal zou ik hier een deel van doen, maar omdat ik het zo interessant vond heb ik besloten om de hele bachelor te volgen. ‘Antro’ komt van het Griekse woord voor ‘mens’. Antropologie is dan ook de ‘studie van de mensheid’. Culturele antropologen (wat een woord hè) doen onderzoek naar de verscheidenheid aan menselijke samenlevingen en culturen. Hierbij kun je denken aan de gebruiken, gewoonten, waarden, normen, symbolen en religies van mensen. Belangrijke vragen zijn: Wat verklaard het gedrag van mensen? Waarom botsen culturen met elkaar? Hoe ga je met andere culturen om en welke sociale problemen hebben ontwikkelingslanden? Kennis over culturen kan bijvoorbeeld gebruikt worden door een Nederlands bedrijf die een fabriek opent in China. Of door Amerikaanse regeringsleiders die het conflict in Irak willen oplossen. Mmmm, om een ‘kort’ verhaal lang te houden vertel ik nog even wat ik met de studie wil.

Als ik ben afgestudeerd mag ik mijzelf ook antropoloog noemen. Misschien doe ik eerst zélf een paar jaar onderzoek, en kom ik daarna te werken bij organisaties zoals het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, de Verenigde Naties, of Novib. Ik wil in ieder geval de kant van ‘ontwikkeling’ op.

Er wordt hier natuurlijk ook nog gestudeerd.

De eerste twee weken heb ik nodig gehad om hier op gang komen. Je komt hier in een hele nieuwe omgeving. Ik was vooral bezig met het leren kennen van mensen, spullen aanschaffen en de omgeving verkennen. Inmiddels ben ik helemaal gesetteld hier, en is de studie inmiddels alweer drie weken aan de gang. Het studiesysteem is hier anders dan in Utrecht. Ik heb hier vijf maanden lang (spring-term) vier cursussen. Het niveau vind ik hier niet veel hoger dan in Utrecht, maar de hoeveelheid wel! Het is echt ongelofelijk hoeveel je hier moet lezen. Deze week moest ik twee romans lezen en zo’n 150 pagina’s aan artikelen. Er wordt hier in het International House dan ook hard gestudeerd. Gisteravond zat ik tot twaalf uur in de bibliotheek en het zat nog helemaal vol! En dan is het niet eens een tentamen periode. Ik studeer hier veel meer dan in Utrecht. Het is zwaar, maar wel makkelijk dat iedereen hier hard studeert zodat je elkaar kunt stimuleren.

De cursussen die ik volg zijn erg leuk. Ze worden vooral gegeven door mensen met veel werkervaring in de gebieden waar de lessen over gaan. Ik volg bijvoorbeeld een vak in ‘Peace and Conflict Studies’. Het vak gaat over de analyse en oplossing van internationale conflicten. De leraar heeft jaren bij de Verenigde Naties gewerkt en is o.a. nauw betrokken geweest bij vredesonderhandlingen in het Midden Oosten, waar hij veel over kan vertellen. Het is hem niet helemaal gelukt om het conflict tussen de Israëliërs en de Palestijnen op te lossen, maar dat is ook wel wat te veel gevraagd. Daarnaast volg ik een introductiecursus in Recht en een cursus over de ontwikkeling van economie en samenleving. Dit wordt gegeven door prof. Blaustein, een vriendelijke man, zo’n 70 levensjaren oud. Hij is o.a. adviseur geweest van Clinton en kan dus veel mooie verhalen vertellen over de praktijken in het Witte Huis.

Ten slotte volg ik één van de ‘classics’ van de cursussen in Berkeley: Controlling Processes. Dit is een antropologisch vak en wordt gegeven door de Laura Nader. Zij is de zus van Ralph Nader die drie keer meegedaan heeft met de Amerikaanse presidentsverkiezingen voor de Green Party (Amerika kenners weten over wie ik het heb). De cursus gaat over verschillende processen die invloed op ons leven uitoefenen. We lazen George Orwell – 1984. Dit boek, geschreven in 1949, is een toekomstroman en gaat over de wereld in 1984. De wereld bestaat uit drie superstaten, iedereen wordt de hele dag in de gaten gehouden, en het vocabulaire van de taal wordt beperkt zodat mensen geen ‘thoughtcrime’ (negatief denken over de Partij) meer kunnen plegen. Kortom, iedereen leeft onder controle van de Partij die de macht wil behouden. Het is een vermakelijk boek, een aanrader om te lezen. Maar we moesten dit boek lezen om bewust te worden van controle processen in ons eigen leven, zoals de invloed van consumentisme en technologische ontwikkelingen.

Santa Cruz bébè
In de weekenden heb ik tijd om veel leuke dingen te doen. Vorig weekend hebben we met z’n dertigen een roadtrip naar Santa Cruz gemaakt. Twee actieve vrouwen hebben twee bussen en twee auto’s gehuurd waarmee we op stap zijn gegaan. We reden via de Golden Gate Bridge (wat een mooi en gigantisch ding) naar de Highway 1, die helemaal langs de mooie kustlijn van California loopt. De kustlijn bestaat uit veel kliffen, stranden en…golven! Santa Cruz is echt het steryotype California. Grote stranden, overal surfshops, beachvolleyball-velden, en veel skateboarders (rollerskaters heb ik nog niet gezien). Mooi dus, het echte beachlive! Nou, dat dacht ik dus ook. “Ik ben in Santa Cruz, dan moet er natuurlijk gezwommen worden.” Huppa, Pieter de zee in, en koud dat het was! Een nieuwjaarsduik is een stoombad vergeleken met dit water. Dit is misschien wat overdreven, maar het is hier natuurlijk óók nog winter, dat vergeet ik nog wel eens. Ik heb foto’s van de trip naar Santa Cruz, het I-House en van de University Campus op het web gezet. Klik op de foto om ze te bekijken.

zaterdag 27 januari 2007

Welcome to America

Na twee-en een halve week wordt het wel eens tijd voor een verhaal!

Save Travels
Zoals jullie al wel vermoedden heb ik veilig voet aan wal gezet in San Francisco. Bij het inchecken voor het vliegtuig in Amsterdam stond ik opeens naast, jawel, Cees Kraaienoord (christelijke zanger). Hij had net iets te veel shampootjes in zijn handbagage die de douanebeambte, volgens de nieuwe regels, in beslag nam. Cees was ook op weg naar Chicago om daar wat familie en vrienden te bezoeken.

In Chicago misten wij (ik reisde met Merel en Lieke, twee Utrechtse studentes) door het lange wachten bij de douane, onze vlucht. United Airlines boekte een nieuwe vlucht voor ons. We vlogen via Los Angeles met een paar uur vertraging naar San Francisco, waar we na een reis van 20 uur aankwamen, om 20.23 (zeg ik met een knipoog naar mijn moeder). Helaas dacht onze bagage er anders over. United Airlines verzekerde ons dat de tassen onderweg naar San Francisco waren in een ander vliegtuig, en dat ze die de volgende dag zouden bezorgen.

Silicon Valley
We werden opgehaald door de oom van Lieke die al tien jaar met zijn gezin in Palo Alto, vlak onder San Francisco woont. Ze hebben een supermooi huis daar, met echt een joekel van een flatscreen televisie, wat 'normaal' schijnt te zijn voor Amerikaanse begrippen. Lieke’s oom vertelde dat Steve Jobs, een paar straten verderop woont. Dat is wel leuk, want Steve Jobs is de oprichter van Apple, natuurlijk bekend van de I-Pod. Palo Alto ligt in de bekende Silicon Valley, genoemd naar het silicium waarmee chips gemaakt worden. In dit gebied zijn veel inmiddels groot geworden high-tech bedrijven ontstaan, zoals Hewlett-Packard, Intel, Apple en Google. Silicon Valley is naast New-York een drijfveer van de Amerikaanse economie.

De volgende dag gingen we met BART (zo wordt de metro hier genoemd) richting Berkeley. Berkeley is een stadje aan de oostkant van het San Francisco Baaigebied. Ik woon hier in het International House (I-House) waar een groot deel van de internationale studenten woont, die studeren aan ‘Cal’. Dit is hoe de University of California, Berkeley voor het gemak genoemd wordt. Er wonen zo’n 500 studenten afkomstig uit ongeveer 70 verschillende landen in het I-House. Een bont gezelschap dus. Er wonen ook heel veel Amerikaanse studenten.

I-House Adventures
In het I-House wordt op dit moment wel gerept van de ‘Dutch Invasion’ vanwege het opvallend grote aantal Nederlandse studenten die hier in de Spring Term (lentesemester) studeren. Natuurlijk houden wij de eer van ons Nederlands volk hoog door bijvoorbeeld een Dutch Coffee Hour te organiseren. Er worden stroopwafels uitgedeeld, er wordt sterke koffie gezet (de koffie is ontzettend slap hier), en er wordt Hollandse thee geschonken (bestaat dat?). Op deze manier laten we andere culturen kennis maken met onze, oh zo mooie Nederlandse cultuur.

Mijn kamergenoot is Cheung Ka Hei, een Chinees uit Hongkong. Voor het gemak noemt hij zichzelf Kolen. Het is een hele aardige en christelijke kerel. Alleen hadden we wel wat cross cultural issues in het begin (het spijt me voor de moeilijk vertaalbare engelse termen). Toen ik mijn kamer voor het eerst binnenging lag hij te slapen in het stapelbed. Ik liet hem lekker slapen en ging mijn spullen uitpakken. Opeens sprong hij uit zijn bed, ik schrok me rot! Hij rende naar zijn laptop waar hij een t-shirt oplegde. Hij zei dat hij zijn laptop wilde beschermen tegen de zon, ha ha.
Tijdens mijn eerste nacht in het I-House sliep ik erg slecht, het was zo warm! Tegen zessen werd ik zwaar beroerd en bezweet wakker. Mijn lichaamstemperatuur en kamertemperatuur waren tot broeikastemperaturen gestegen! Het was in California wel een stuk warmer dan in Nederland, maar zó warm? Ik ging naar het toilet om me op te frissen, ik kwam terug in de kamer, liep naar het raam dat potdicht zat, en constateerde dat de verwarming bij het raam op ‘standje 5’ stond …

Kolen komt uit Hongkong en daar is het warm in de winter, in California gaat de verwarming dus vol aan… Gelukkig hebben we nu een soort ying-yang, warm-koud balans gevonden, waarmee we allebei kunnen leven. Hij is trouwens een hele relaxte gozer om de kamer mee te delen. Nu moet ik wel zeggen dat het de koudste winter sinds eeuwen in California is. In Berkeley heeft het een paar nachten licht gevroren, wat hier heel zeldzaam is. In het noorden van California heeft het wat langer en zwaarder gevroren waardoor de hele citroenenoogst verwoest is. Dat is wel zuur (inkopper, kon het niet laten).

Retreat
In de eerste week hadden we een retreat (kennismakingsweekend) in Walker Ranch in Petaluma. De ranch lag in een soort van alpenlandschap met kale grasheuvels, rotspartijen, en echte Friese koeien. We hebben in de heuvels gewandeld, en kregen veel informatie van de I-House personeelsleden. Een boeiende toespraak was die van Joe Lurie, de directeur van het I-House, over culturele verschillen. Van hem heb ik geleerd dat je moet oppassen op welke toon je je Chinese schoonmoeder aanspreekt. Mandarijn, de taal die het meest gesproken wordt in China, is namelijk een ‘tonale taal’. Dit betekend dat een klank verschillende betekenissen kan hebben. Wil je in het Mandarijn “moeder” zeggen, dan zeg je “ma”. Maar pas op! Zeg je ma met een lage intonatie, betekend het ‘schelden’. Zeg je “ma” met een hoge intonatie, betekend het ‘paard’! Alleen als je “ma” met een gemiddelde intonatie zegt, betekend het daadwerkelijk ‘moeder’.

Kaart
Ik heb nog zoveel meer te vertellen, maar voor deze keer laat ik het hierbij.
Nog even je aandacht voor het kaartje rechts bovenaan in de blog. Dit is niet zomaar een kaart, het is een beweegbare kaart. Druk bijvoorbeeld eens op het meest rechtse ballonetje, dit is mijn kamer in het I-House. Nu kun je door op het ‘plusje’ te drukken inzoomen tot mijn kamer. Als je op ‘Tagzania’ drukt, krijg je een grotere kaart.

zaterdag 20 januari 2007

Welkom op deze blog!

Tot juni 2007 studeer ik in Berkeley, California. Op deze blog kunnen jullie lezen wat ik hier in de Verenigde Staten meemaak. Er komen verhalen op te staan, achtergronden over dit gebied en zomaar wat gedachtenspinsels. Daarnaast komen er foto's en wellicht videootjes op de blog te staan, en links naar verenigingen, andere Utrechtse studenten in California, en vrienden in het buitenland.

De blog trekt een gevarieerde groep lezers: jong en oud, studerend en werkend, christelijk en niet-christelijk, twents en beschaafd :). Ik probeer de blog voor iedereen aantrekkelijk te maken.

Have fun reading it!