Spring Break
Twee weken geleden, vertrok ik zaterdag om zes uur, in de mistige ochtend, vanuit Berkeley op de Shadow, voor een reis van acht dagen, die ik niet snel zal vergeten…
Sa
Het reisplan is om via de bekende Highway 1, oftewel de Pacific Coast Highway, van San Francisco, via Los Angeles en San Diego naar La Paz, de zuidelijkste stad in Baha California, in Mexico, te rijden.
De eerste dag wil ik Saul Davila, een Amerikaanse vriend die ik ken van mijn tijd in Maui, bezoeken. De reistijd naar Los Angeles, waar hij woont, is normaal gesproken zes a zeven uur, maar langer via de Highway 1. Daarom vertrek ik erg vroeg, nog voor zonsopgang, van het International House in Berkeley. Langzaam wordt het licht en zie ik waar ik rijd. De kronkelige weg voert mij pal langs de blauwe oceaan met witte schuimkragen, stille stranden, rotsige, stijle kliffen, spanbruggen van meer dan 100 meter hoog, planten en bomen die ik nooit eerder gezien heb, een surfcompetitie, walrussen, en Malibu. In twee woorden: ge-weldig! Klik op de kaart voor een vergroting.
Na een rit van dertien uur vind ik het huis van Saul in Torrence, Los Angeles. In de Maui-tijd was Saul een echte vrijbuiter die altijd met ‘spungeing’, oftewel bodyboarden bezig was,en niet echt wist wat hij wilde met zijn leven. Nu, drie jaar later is Saul (30 jaar) getransformeerd tot een heuse ‘family man’. Hij is inmiddels een jaar getrouwd en heeft vorige maand zijn eerste koter ontvangen, Isabella. De baby, is twee maanden te vroeg geboren, een echte miniatuurbaby, maar ze doet het intussen goed (ik weet niet hoe ik dit anders moet zeggen :) Ze heeft af en toe alleen wat ademhalingsproblemen, dus moet ze constant in de gaten worden gehouden. Ik zie hoe intensief dat is voor Kristen en Saul, en heb veel respect voor de manier waarop Saul de verantwoordelijkheid, om voor ze te zorgen, op zich neemt.
Su
De volgende ochtend ga ik met hen mee naar King’s Harbor Church. Wat mij opvalt in Amerika is het patriottisme. Amerikanen zijn erg trots op hun land. Overal hangen vlaggen en zelfs bij binnenlandse sportwedstrijden wordt het volkslied gespeelt. Zo hangt er voorin de moderne kerk, een omgebouwde loods, een Amerikaanse vlag. Na een paar ‘worship songs’ begint de pastor te spreken over ‘onze jongens’ in Irak en de strijd tegen ‘het kwaad’. Het verbaast me hoe makkelijk de pastor een bruggetje bouwt tussen de oorlog in Irak tegen het kwaad, en de spirituele oorlog van ‘het licht’ tegen ‘de duisternis’. In Amerika is het misschien wel nodig een sterke Amerikaanse identiteit te kweken, omdat het volk bestaat uit immigranten van over de hele wereld. Om al deze etnische groepen samen te binden is er als het ware een ‘Amerikaanse supra-etniciteit’ nodig die alle andere overstijgt. Excuse me, dit was even een antropologisch uitstapje :)
Na, een leuke tijd met Saul en zijn familie bezoek ik s’avonds in Orange County (The OC, voor tv-kijkers), de bekende Saddle Back Church, van voorganger Rick Warren. Een Amerikaans fenomeen zijn de zogenaamde mega-churches. Dit is er één van. De church ziet er niet bepaald uit als een stereotyp Nederlandse kerk. Het lijkt meer op een school campus, met verschillende gebouwen. Een kinderopvang, kantoren, restaurant, café, jongerentent, een boekenwinkel en de kerkzaal. En dit alles opgemaakt met watervallen, sfeerverlichting en palmbomen. Ik loop de gigantische kerkzaal binnen en neem plaats op de tribune. Een, jonge, cool uitziende voorganger vertelt een boeiend, humorvol, en eigentijds verhaal over de nadelen van jaloezie, opgehangen aan het verhaal van Jozef en zijn broers. Hij gebruikt wetenschappers, en bekende leiders om zijn verhaal kracht bij te zetten. Daarnaast visuele middelen zoals een mooie nagemaakte mantel van Jozef. De 25-jaar oude kerk is opgezet in Orange County, een wijk waarin veel hoogopgeleide, rijkere mensen wonen. Meer dan 20.000 mensen zijn actief lid.
Hollywood, in het noorden van Los Angeles is het volgende station. Ik slaap daar in een backpackers hostel, en ontmoet daar Thomas (Duitsland) en Sushim (India), vrienden uit het International House. We lopen over Hollywood Boulevard, en fotograferen de bekende sterren op de Walk of Fame. Het is zondagavond en behalve een paar dronken zwervers is het bijna uitgestorven. “Dat was zaterdagavond wel anders!”, zegt Sushim, die al een dag langer in Hollywood was.
Mon
Dag drie begint met een zelfgebakken engelse pannekoek in het gezellige hostel. Daarna wil ik weer vertrekken op de motor, maar zie ik een geel papier bij het stuur. Een boete! Verkeerd parkeren, met de motorcycle nog wel! Een voorbijganger wijst op de moeilijk zienbare rode lijn op de stoep. Snel vergeten, het is tenslotte Spring Break! Ik rijd de bergen op over smalle weggetjes, door een luxe villawijk, om zo dicht mogelijk bij het HOLLYWOOD-teken te komen. Uiteindelijk sta ik er 30 meter onder. Nu, op naar San Diego, waar achttien International House studenten een huis pal aan de zee gehuurd hebben. Ik rijd langs de hoge wolkenkrabbers van Los Angeles Civic Centre, door Beverly Hills, de wijk van de ‘rich and famous’, en maak een stop (is dit Nederlands?) in Venice Beach. Dit is een bekend strand met een lange boulevard. Ik loop langs het strand en krijg een concert van een elektrisch gitaar spelende rollerskater, zie de bodybuilders op Muscle Beach, spreek met een kerel, die zijn hele gevangenishistorie uit de jaren ’80 met mij deelt, en zie een rocker op een Harley Davidson fiets. Een bonte boel. S’avonds bereik ik het huis in San Diego, na een regenachtige tocht. Het leven van een motorrijder gaat niet altijd over rozen…
Tue
In het huis, met een borrelbad in de tuin, is het één en al gezelligheid! De volgende dag willen we gaan surfen, maar omdat het keihard waait zijn de golven te ‘choppy’. We besluiten te gaan bodyboarden. Terwijl we de golven aan het ‘catchen’ zijn, zien we een man naar onze spullen op het strand graaien. Thomas er achteraan. Maar nog voordat hij de man achterhaalt heeft, wordt hij al door de politie ingerekend. De zwerver heeft Thomas broodje gejat… We maken nog meer mee die dag. Eerst lopen we tussen de wolkenkrabbers, in het financiële centrum van San Diego, met onze strandkloffie. De mensen reageren heel serieus als we ze vragen waar het strand is. Dan gaan we naar het Balboa Park.
Volgens Sushim is het in China heel normaal om achterstevoren te lopen, “dat is heel stimulerend voor de hersenen.” “Nou, dat moeten we maar eens proberen dan, ik kan wel een paar soepele hersenen gebruiken.” Wij achteruitlopen, struikel ik bijna over een fiets die midden op het voetpad ligt, niet gezien natuurlijk… De licht ontvlambare gast die er naast staat, ontzettend kwaad! “Hey homey, what’s up man? what’s your problem man, f#@$% f@#%$?”, zegt hij al spuwend op de grond voor mijn voeten. We maken ons dus maar snel, dit keer niet achterstevoren, uit de voeten. Een straat verderop zien we een man ruw gearresteerd worden omdat hij op de brede éénrichtingsweg, zonder verkeer, in het park, tegen de pijlen in fietst! Ongelofelijk voor een fiets liefhebbende Nederlander als ik. Na een kwartier werd hij wel weer vrijgelaten. We bekijken nog vliegtuigen die zo laag overkomen dat je de wind achter je oren kunt voelen, en gaan terug met de bus. De buschauffeur, verlaat plotseling de bus bij een tankstation, voor meer dan vijf minuten, om een plasje te plegen.
Wed
Woensdag is een lazy strand day. S’avonds vertrekken we met de hele groep naar Rosarito, in Mexico, om een avondje uit te gaan. De strandtent met beach volleybal en een elektrische rodeostier is het hoogtepunt van de avond. Na een Mexicaans taco ontbijt in de ochtend verlaat ik mijn I-House vrienden om alleen verder te trekken. Inmiddels ben ik erachter gekomen dat het nog 1.000 mijl, oftewel 1.600 kilometer naar La Paz is. Net iets te veel van het goede om heen en weer te gaan in drie dagen, maar ik besluit om nog zover mogelijk te komen.
Thu
Mexico en Amerika zijn een wereld van verschil. Zodra je de grens over trekt verandert het wegdek in gatenkaas, verouderen de auto’s tien jaar, en is de wegwijzering verdwenen, moeilijk te lezen en in het Spaans. Het duurt even voordat ik door heb dat de Mexicanen het metrische stelsel hanteren, het voelt eerst alsof de mijlen onder mij door vliegen, maar dat komt dus alleen maar omdat mijlen weer gewoon kilometers zijn. In Ensanada bewonder ik de grootste vlag van Mexico, en de haven met haar cruiseschepen. Ik rijd door op de Highway 1, langs de kust. Het zeewater wordt steeds lichtblauwer en de rotsen worden kaler. Op een gegeven moment is Highway 1, nog de enige verharde weg. Ze leid mij door kleine Mexicaanse dorpjes, met fruit en kledingkraampjes langs de kant van de weg. Af en toe stop ik om te tanken of om een lekkere taco bij een Taqueria te eten. De Mexicanen zijn erg vriendelijk. In het dorpje El Rosario, vind een goedkoop hostel, El Sinahi genaamd. Ik heb inmiddels een chronisch slaapgebrek en val als een blok in slaap.
Fri
Vrijdagochtend, vraag ik de weg aan de baas van het hostel, een vriendelijke man van rond de vijftig. Hij is erg geïnteresseerd in mijn reis, en nodigt me uit om te ontbijten in zijn restaurant. De volgende pinautomaat op Highway 1 is meer dan driehonderd kilometer verderop. Verder dan de pesos die ik nog heb mij kunnen brengen. Ik moet dus 80 kilometer terug naar het vorige dorp om te pinnen. “No es un problema”, zegt Armando, de hostelbaas. “Ik moet zelf ook die kant op, dus je kunt met mij meerijden.” Een leuke rit waarin ik in mijn ‘beste Spaans’ hem wat nuttig Engels probeer bij te brengen. “Uno taco maïs o harina, een bloem of een maïs taco?” Al pratende haal ik mijn basis in Spaans ook weer op. Het valt me op dat hij veel over zijn familie praat. Nu is het in Latijns Amerikaanse landen normaal om bij kennismaking gegevens over je familie uit te wisselen, “hoeveel broers en zussen heb je?, hoe oud zijn ze?”. Maar Armando blijft maar over zijn prachtige dochter praten.
Aangekomen in San Quintin, stopt hij dan ook bij zijn dochter die als penningmeester bij de gemeente werkt. Een vlotte, aantrekkelijke meid, van 23 jaar, Armando heeft inderdaad niet overdreven. Even later zoeken we een pinautomaat op, maar die heeft helaas geen geld! Gelukkig is er nog een pinautomaat in het dorp. Opeens staat Jasmine, zijn dochter er met haar auto. Ik moet maar even met haar de andere pinautomaat opzoeken, “dan ontmoet ik jullie wel weer”, zegt Armando glimlachend. We pinnen het geld, doen wat inkopen voor het restaurant en ontmoeten Armando weer. Op de weg terug naar El Rosario blijft hij maar over zijn intelligente dochter praten. Hij nodigt me weer uit om te eten, dit keer met zijn vrouw. Nu kan ik niet alle Spaans volgen, maar hoor ik hem toch duidelijk zeggen: “Het is wel een hele goede jongen voor onze dochter!” Ik zit er niet echt op te wachten om uitgehuwelijkt te worden, en besluit dus maar om weer snel verder te trekken, ha ha.
De omgeving langs Highway 1, na El Rosario is makkelijk te beschrijven. Rotsige heuvels, ontelbare cactussen, omgeslagen autowrakken, biddende valken, en kruisen voor vrachtwagenchauffeurs. That’s it, behalve af en toe een klein dorpje. Ik rijd de hele dag totdat ik de eindbestemming van mijn reis bereik: La Bahia de Los Angeles. Het is al donker als ik in mijn cabaña, direct aan het strand, trek. Ik loop wat rond door het bijna uitgestorven dorpje, en praat met jonge Mexicanen die vertellen dat er morgenavond een grote fiësta is. Van Nederland en Johan Cruijff hebben ze nog nooit gehoord.
Sa
Zaterdag, word ik wakker van het gebrom van motoren. Ik loop naar buiten en zie een prachtige zonsopgang, over een wit strand, een spiegelgladde zee, en vissende pelikanen. Het gebrom komt van visserboten, die uitvaren. Ik mag nog mee, maar ze komen pas in de middag terug. Omdat ik zondagavond weer terug in Berkeley wil zijn, en Berkeley meer dan 1.500 kilometer weg is, besluit ik het schip te laten varen, en zelf koers terug te zetten richting Amerika. Onderweg probeer ik nog een cactus te melken, en verlies ik mijn slaapzak ergens in de woestijn. Ik overnacht na een rit van tien uur weer bij de I-House vrienden in San Diego.
Su
Zondag rijd ik, weer in een rit van tien uur, naar Berkeley. Het is onderweg heet en het waait hard. Om zeven uur s’avonds ben ik weer terug waar ik begon, bij het International House in Berkeley. De kilometerteller staat op 2.200 mijl, oftewel 3.500 kilometer, de afstand van Utrecht naar Madrid en terug. De motorfiets heeft goed werk geleverd. Op een lekkende schokbreker en een klein remprobleem na, heeft de 22-jarige Honda het perfect gedaan. Uitgeput, terugdenkend aan de mooie avonturen, val ik in slaap…
Last School Weeks
Nu nog zes weken school te gaan. Vijftien mei is het schoolseizoen hier officieel afgelopen. De laatste weken zijn de zwaarste, dus nog even aanpoten. Afgelopen vrijdag heb ik mijn rechter pink gebroken met een potje voetbal, de motor zal me dus niet te veel afleiden de komende tijd. Gelukkig kan ik nog typen, op dit moment mijn eerste levensbehoefte, met alle papers die ik moet inleveren. Foto’s van de Spring Break kun je rechts bovenaan in de blog zien.