zaterdag 16 juni 2007

Taco y Vocho

We zitten nu bijna een week in Mexico en hebben veel beleefd! De eerste dagen zitten we in Ciudad de Mexico (Mexico Stad), in een hostel in het hart van de stad, bij het Plaza de Constitucion. De Dam in Amsterdam, zeg maar. Ciudad de Mexico is een megastad met 18 miljoen! inwoners. De stad is letterlijk gebouwd op de oude beschaving van de Azteken wat goed te zien is aan de ruïnes in de stad. Het ligt heel hoog (2000 meter), wat we elke keer goed merken als we de trappen van het oude hostel beklimmen. Er zijn opvallend weinig toeristen wat ons goed bevalt (we houden onzelf in de waan dat wij geen toeristen zijn :). Want wij willen Mexicanen ontmoeten. We lopen s'avonds door de stad, luisteren stiekum naar de muzikanten op Plaza Giribaldi die je anders naar het schijnt 600 pesos (50 euro), moet betalen voor een privé concert, en drinken Pulque, een klassiek Mexicaans drankje, van cactussappen, wat er uitziet als melk en smaakt als niets wat ik ooit eerder geproefd heb.

Overdag ontdekken we de levendige stad. De auto's scheuren door de straten, het is hier Italië keer tien. De groenwitte Volkswagen Kever taxi's bepalen hier het straatbeeld. Langs de kant van de weg zitten loodgieters, en electriciëns geduldig te wachten tot iemand langs loopt voor een opdracht. We zien veel protesten van Mexianen, die de nieuwe democratie serieus nemen, en overal staan kraampjes waar je eten kunt halen. Tacos, empanadas, pambazos, tripa (varkensdarmen), papas (aardappelen) met cactus (dit is Merel's favoriet), kokos, mango, noem het maar op. We leren als snel dat 'groen' niet voor 'fris' staat, als we een taco nemen en er veel groene saus op gooien. We barsten letterlijk in tranen uit, de saus 'heet' namelijk Picante. We kunnen geen prullebak vinden We vinden uit dat iedereen zijn vuil op straat gooit, wat s'avond weer door straatvegers wordt opgeveegd, dus we passen ons maar aan. We bekijken de Katedral, en el Palacio Nacional, met mooie muurschilderingen van Diego Rivèra.

Om het rondreizen door Mexico makkelijker en avontuurlijker te maken besluiten we een auto te kopen. Er is maar één auto die ik wil, en dat is een 'Vocho' (lees: votjoo), zoals VW Kevers hier genoemd worden. Via internet vinden we een kandidaat. De volgende dag komen eerst Lieke en ik, de antropologen, aan onze trekken, in het Museo Nacional de Antropología. In dit geweldige museum vinden we meer uit over Mexico's oude beschavingen. Voordat de Spanjaarden voet aan wal zetten rond 1530, waren de beschavingen van onder andere de Azteken en Maya's ver ontwikkeld. Maar door onderlinge strijd en ziektes die de Europeanen meebrachten, zijn deze duizenden jaren oude samenlevingen, in twee jaar! ingestort. Buiten het museum bewonderen we traditionele Mexicaanse Indiaanse 'paaldansers' die zich met zijn vieren, vanaf een dertig meter hoge paal achterover gooien, om zich aan een touw rond te laten cirkelen tot ze de bodem raken.

Daarna gaan we op zoek naar het adres van misschien onze nieuwe Vocho. Onderweg worden we door werkelijk iedereen aangestaard. Vooral hoogblonde Merel, trekt de mannelijke macho aandacht, met veel gefluit, en getoeter van auto´s. Gelukkig weet ze er goed mee om te gaan. De buurt wordt steeds armer, en we kunnen het niet vinden. een Mexicaanse vrouw (Lydia), spreekt ons aan en helpt ons bij het goede adres te komen. Lieke, die in Bolivia en Spanje gewoont heeft, spreekt goed Spaans en doet het meeste van het praten met de Mexicanen, wat ons al heel vaak gered heeft. De Vocho blijkt een oude gele bak te zijn uit 1971. Ik maak een testritje in de Kever, en omdat de auto het goed doet besluiten we hem te kopen. We nemen Lydia als dank, met wat familie, met onze nieuwe Vocho, al meteen bijgenaamd 'El Cacahuache' (lees: kakawatje. betekend: de pinda), uit eten. Maar de auto begeeft het al na 10 minuten! Al het verkeer raast om ons heen, en we zetten de auto aan de kant. We krijgen hem niet meer aan de praat, maar een vriendelijke automonteur (Omar) komt ons te hulp. Hij zegt dat we de auto de volgende dag weer kunnen ophalen.

De volgende dag komen we er achter dat niemand een auto uit 1971 (maar 36 jaar oud :) wil verzekeren. Uiteindelijk belanden we bij de Hollandse ING die het wel aandurft. De auto doet het inmiddels weer. Maar de auto mist een spiegel (eerste levensbehoefte voor autobestuurders in Mexico City), en een tankdop. Omar kent de weg en biedt aan om te rijden. We zijn net op de snelweg, als er een politieauto naast ons komt rijden en ons naar de kant wenkt. ''Wat hebben we fout gedaan?'' Lydia, die weer de hele dag met ons mee is, en Omar stappen uit, en wij houden ons voor domme buitenlanders, die we in dit geval ook echt zijn. Lydia komt terug de auto in en verteld ons wat er aan de hand is: ons nummerbord eindigt op een '4'! ''Yeah, so what?'' Nou, in Mexico city betekent dat, dat je op de vierde dag van de week, woensdag, geen auto mag rijden. Nu staan we voor de keuze, of de auto in beslag laten nemen, of een 'bribe' betalen van 400 pesos (30 dollar). Het is een vreselijke keuze, maar we kiezen toch voor de corruptie. Op weg naar de spiegel en de tankdop is het een kwestie van ontwijken van politiepatrouilles.

Nou eindelijk doet de auto het, en zijn we klaar om de volgende dag naar Cancun (1800 km afstand) te vertrekken waar ons vliegtuig naar Cuba zondag vertrekt. Maar op weg naar het hostel begeeft Cacahuache het weer!!! Wat een ellendig ding! We beseffen dat we hier nooit mee naar Cancun komen, het hostel is al te ver, en laten CACAhuache, bij een tankstation staan. We pikken de bak de volgende dag met Omar op, die de Vocho voor ons wil verkopen, voor hopelijk een redelijke prijs. De Pinda is de grootste miskoop uit mijn leven geweest, en heeft ons veel frustratie en teleurstelling gekost, maar hierdoor hebben we wel ontzettend coole Mexicanen ontmoet. We hebben veel rondgehangen met Lydia, Omar en hun vrienden en familie. Lydia is gewoon twee hele dagen vrijwillig met ons op stap geweest, zonder er iets voor terug te verlangen. En Omar heeft ons ook drie dagen door de hele stad gereden zonder er iets voor te vragen. Echt geweldig.

Intussen zijn we naar Cancun gevlogen, en vertrekken morgen voor 10 dagen naar Cuba. Ik wilde jullie even een kleine update geven, maar ik zie dat het niet klein meer is, we hebben ook zoveel meegemaakt in een paar dagen. Ik zal Fidel de groeten doen, en check ook even de nieuwe foto's.

zaterdag 9 juni 2007

Finals and Travelling

Finals Week
De laatste schoolweek is heavy. Vier tentamens in drie dagen. Alles wat je in vijf maanden geleerd hebt moet omgetoverd worden tot parate kennis. De sfeer in het International House is getressed. De bibliotheken zitten allemaal stampvol. Alle vermaak wordt even opzij gezet, en het I-House Café verkoopt liters koffie. Met slapeloze nachten, en heel wat grammen cafeïne, is het allemaal gelukt. Ik heb alle cursussen goed afgesloten! Het mooie hier is, dat de leraren alle tentamens binnen een week nagekeken moeten hebben. Dus je weet snel waar je aan toe bent.

Na de tentamens gaat het heel erg snel. Vrijdag wordt er een feest georganiseerd, en de volgende ochtend, om tien uur, moet iedereen zijn spulletje gepakt hebben en het I-House verlaten. Het is vreemd om afscheid te nemen. Vijf maanden zijn we intensief met elkaar opgetrokken, en dan houdt het ineens allemaal op. Alle emo-meters, lopen die avond en ochtend dan ook op volle toeren. Het mooie is wel dat we nu overal ter wereld contacten hebben, en er staat ons al weer een verjaardagsfeest/ reünie te wachten in Berlijn, over een paar maanden.

Reflection
Studeren in Berkeley was een geweldige ervaring. De vakken die ik heb gevolgd waren erg interessant en de leraren waren heel inspirerend. Naast het opdoen van kennis door het lezen van de literatuur en het volgen van de lessen heb ik gemerkt dat ik ook veel geleerd heb door te wonen in Berkeley. Deze stad is in Amerika een speciale plaats. Berkeley wordt gezien als de meest liberale stad in Amerika. Nog altijd niet zo liberaal als Nederland, maar een stuk liberaler dan andere plaatsen in Amerika. Toen ik een Amerikaanse christelijke vriend van mij vertelde dat ik in Berkeley ging studeren vroeg hij quasi serieus: “Are you sure you want to study in that God forsaken area?”

Nu valt dat wel mee. Op bijna iedere straathoek in het centrum staat een kerk. Maar het geeft wel aan hoe de rest van Amerika naar Berkeley kijkt. De stad en de Berkeleyanen gaan hun eigen weg. Berkeley’s bijnaam is dan ook ‘The People’s Republic of Berkeley’. Mensen in Berkeley zijn erg sociaal, politiek en milieu bewust, en daar heb ik ook wel wat van meegekregen. Vooral door de vakken Controlling Processes, en Community and Economic Development, kreeg ik inzicht in de negatieve invloeden van kapitalisme, consumentisme, en corporatisme. Door steeds meer welvaart te willen creëren heeft de mensheid de aarde beschadigd, en is een grote groep mensen achtergesteld. Gelukkig staan ‘milieu’ en ‘armoede’, nu hoog op de politieke agenda. Ik kan hier nog veel meer over schrijven, maar voor zover de terugblik.

Zelf blijf ik nog even rondhangen in Berkeley, en woon de ‘graduation’ van Ania uit Polen bij. Ze studeert af in Business. Dat gaat echt ‘american style’, met de bekende platte hoeden en toga’s die de afgestudeerden dragen. Je kent het wel uit de films. Ook verpats ik mijn motor, voor een goede prijs, aan een man van vijftig in Frisco, die na 30 jaar onthouding weer een motor wil hebben.

Dad in California
En plotseling is daar, mijn vader… Het is leuk om elkaar weer te zien na zo’n lange tijd. De volgende dag laat ik hem ‘mijn wereld’ in Berkeley zien: het I-House, de universiteit, Telegraph Avenue, de Strawberry Canyon Pool, en de Berkeley Hills. Daarna gaan we op stap met onze mooie gehuurde Dodge Nitro 4x4 machobak. De eerste halte is Yosemite National Park. God, wat mooi! Nog nooit zoveel natuurlijke schoonheid bij elkaar gezien. Fantastische watervallen, een prachtige groene vallei, die vroeger door een gletsjer is uitgesneden, en hele imposante rotsen. De meest opvallende rots in de vallei is de Half Dome, die voor mij onweerstaanbaar is, en wel bedwongen moét worden. Omdat de tocht volgens het informatieboekje ‘streneous’ is en je er 12 uur voor moet uittrekken, ga ik alleen, en rijdt mijn pa die dag wat rond met de auto. Uiteindelijk valt het mee hoe zwaar de tocht is, ik sta in vier uur op de top.

In Amerika zie je wel vaker dat de verantwoordelijke instanties je, voor Nederlandse begrippen, overdreven waarschuwen. Het beroemdste voorbeeld is de handleiding van de magnetron, waarin staat dat je je huisdier niet kunt drogen in de microwave. Dit, nadat een oude vrouw haar lieve katje had opgeblazen. Instanties kunnen heel makkelijk door ‘slachtoffers’ aangeklaagd worden in Amerika. Door veel te waarschuwen zijn ze niet meer verantwoordelijk. De tocht naar Half Dome was geweldig! Vooral de watervallen zijn zo mooi (zie de foto’s rechts boven in de blog).

Kings Canyon National Park is het volgende station. Hier zien we een wilde bruine beer, het symbool van California. We ontdekken dat je heel goed in de auto kunt slapen, dus we besluiten het hostel links te laten liggen, en in het park bij een beek te ‘kamperen’. Biertje erbij, vuurtje erbij, helemaal voor elkaar…

Dan Seqoia National Park. Ongelofelijk wat een reuzen! In dit park staan de grootste bomen ter wereld. Er staat een boom met een diameter van twaalf meter. Er staan giganten tussen van 100 meter hoog, met een schil (ik ben het Nederlandse woord vergeten :) van meer dan een meter dik. Everything is BIG in America!

Mijn pa en ik zijn intussen helemaal fan van de nationale parken. Amerika heeft s’werelds meest uitgebreide systeem van nationale parken. Dit vooral dankzij John Muir die zich begin vorige eeuw inzette voor behoud van wildernis. Nu heeft Amerika tientallen nationale parken die beschermd worden tegen menselijke beschadiging.

Dit keer gaan we naar een heel bekend park. De vallei der doden, oftewel: Death Valley. De naam overdrijft niets. De vallei is een kale vlakte met hier en daar een bosje, een duin, een spookstad, en wat zoutkristallen. En dat alles in een zomers temperatuurtje van 50 graden! Maar wel adembenemend mooi. S’nachts slapen we in een canyon, en we worden s’ochtends geroosterd wakker… We besluiten om goed gebruik te maken van de 4x4 wagen, en nemen een paar spectaculaire gravelwegen.

Het is weer hoog tijd voor civilisatie, en wat voor civilisatie! Las Vegas, wereldhoofdstad van de ‘eenarmige bandieten’. Het centrum van Las Vegas is een vijf mijl lange weg, ‘The Strip’, met alleen maar hotels. De hotels hebben allemaal een ander thema. Zo is er het hotel ‘Venetia’, waar ze de Italiaanse stad nagebouwd hebben. Aan de binnenkant lijkt het net alsof je door Venetia loopt. De plafonds zijn beschilderd met wolken, en er lopen grachten in het hotel, met echte gondeliers. Zo heb je ook een hotel van New York, MGM Filmstudios, Paris, en veel meer. Alles is kitch. In de hotels draait het voornamelijk om shoppen en gokken. De meeste mensen zijn toeristen die een paar dagen blijven. De rest heeft van gokken hun beroep gemaakt.

The Strip is indrukwekkend, maar als dit civilisatie is, dan maar weer een park. De Colorado River heeft in Arizona een twee kilometer diepe canyon (kloof) uitgesneden, de Grand Canyon. Weer een natuurwonder. Pa en ik kunnen het niet weerstaan om de canyon naar beneden te klimmen. Maar ja, dan moet je ook weer omhoog. De terugweg is heel wat heter en zwaarder dan de heenweg, maar we hebben alle tijd en bereiken s’avonds weer de begane grond, samen met een Duitse vader en zoon, die ook door Amerika aan het reizen zijn.

Daarna eten we in het Navajo indianen reservaat, gaan we in Los Angeles naar de glazen Chrystal Cathedral Church, bezoeken het mooie kasteel van krantenmagnaat William Randolph Hearst, surfen in Santa Cruz, en we brengen de laatste dagen in San Francisco door met een fietstocht over de Golden Gate Bridge, en een boottocht naar Alcatraz, oftewel The Rock, het beroemde gevangeniseiland, waar o.m. Al Capone gevangen zat.

Mexico and Cuba
Vandaag is mijn vader teruggegaan naar Nederland. Ik vertrek zondag naar Mexico waar ik samen met twee vriendinnen ga rondreizen. Na een week in Mexico maken we voor tien dagen een uitstapje naar Cuba. Een unieke kans nu Fidel Castro nog leeft…Ik probeer zo nu en dan een berichtje te plaatsen. En zondag 22 juli kom ik weer terug!