dinsdag 26 februari 2008

Is er leven na Fidel?

Na maar liefts 49 jaar! is Fidel Castro president af. Vorige week dinsdag verscheen er op de voorpagina van de belangrijkste krant van het land, de Granma, een levensgroot artikel, Mensaje del Comandante en Jefe (Bericht van de opperbevelhebber):

Beste landgenoten:

Vorige week vrijdag 15 februari beloofde ik dat de volgende reflectie een interessant onderwerp voor veel landgenoten aansnijd. (...) Voor de Raad van Bestuur [de regering] is het moment gekomen om haar president, vice-presidenten en voorzitter te kiezen en te benoemen. (...)
Gezien mijn kritieke gezondheidssituatie, dachten veel mensen in het buitenland dat de aankondiging van 31 juli 2006, om de functie van president in de handen te leggen van de Eerste Vicepresident Raúl Castro Ruz (jongere broer van Fidel) definitief was. Maar Raúl (...), en de andere kameraden van de Staats Partij, waren niet bereid om te overwegen om mij van mijn functie te ontheven, gezien mijn zorgelijke gezondheidssituatie.
Het was moeilijk in mijn positie, met een tegenstander die al het denkbare heeft gedaan om zich van mij te ontdoen, en daarom wilde ik hun niet een genoegen doen. [door af te treden] [In Cuba is er een boek waarin meer dan 600 aanslagen! van de CIA op Fidel beschreven worden] (...)
Het is altijd mijn verlangen geweest om te doen wat er gedaan moest worden tot aan mijn laatste adem. Dit is wat ik te bieden heb.
Aan mijn dierbare landgenoten die mij grote eer hebben bewezen door me recentelijk te verkiezen als lid van het Parlement, en aan hen die belangrijke beslissingen moeten nemen voor het lot van onze Revolutie, aan hen deel ik mee dat ik de functie van president van de Raad van Bestuur en opperbevelhebber niet ambieer of zal accepteren - ik herhaal - niet ambieer of zal accepteren. (...)
Ik zal jullie niet verlaten. Ik verlang nu alleen om te strijden als een soldaat van de ideeën.
Ik zal blijven schrijven onder de titel “Reflecties van dierbare vriend Fidel”. Het zal nog een wapen in het arsenaal zijn waar men op kan rekenen. Misschien zal hij [president Bush?] naar mijn stem luisteren. Wees voorzichtig.

Bedankt,

Fidel Castro Ruz

BENG!!!! Het bericht komt misschien niet helemaal onverwacht, maar toch het slaat in als een bom. De reacties in Havana zijn gemengd. Oma (in het huis waar ik woon) is droevig dat Fidel na zoveel jaren en zoveel goeds afscheid neemt. Opa vindt het ook jammer. Volgens hem is Fidel een buitengewone man, en heeft hij geweldige dingen gedaan voor Cuba, zoals gratis onderwijs en medische voorzieningen voor alle mensen toegankelijk gemaakt, en dat terwijl Amerika het Cuba niet gemakkelijk heeft gemaakt. Mijn Spaanse lerares bekijkt de zaak nuchter: “Fidel is ziek en is daarom niet in staat zijn functie goed uit te oefenen. Cuba heeft een leider nodig die actief aanwezig is, zoals Fidel vroeger was. Als er een ramp of een groot ongeluk was, was Fidel er direct bij om alles te regelen. Daarom is het tijd dat er een nieuwe president komt, en bij voorkeur een jonge president, zodat Fidel en Raúl de nieuwe president kunnen inwerken.” Volgens mijn lerares is dit de mening van de meeste mensen op de universiteit van Havana, waar ze werkt. Op straat is meer politie aanwezig dan normaal, en er staan ook militairen op sommige straathoeken. Ze kijken verveeld, want het is rustig op straat, net een gewone dag. President Bush houdt direct een toespraak waarin hij zegt dat het nu tijd is voor democratische verandering in Cuba. Maar in Cuba lijken maar weinig mensen daarin geïnteresseerd te zijn.

Historia
Maar voor de mensen die denken: “Fidel Castro…een mooie naam die ik eerder gehoord heb. Maar wie is hij eigenlijk? En hoe is hij president geworden in Cuba?” Een korte geschiedenis…

In de eerste helft van de twintigste eeuw wisselen veel zwakke, corrupte en van Amerika afhankelijke regeringen zich af. In 1952 pleegt Fulgencio Batista een staatsgreep. Al snel blijkt ook hij een corrupte dictator te zijn die uit is op macht en geld. Omdat Batista het volk onderdrukt komen er mensen in opstand. Zo verzamelt Fidel Castro (1925), advocaat van beroep en een charismatische man, 119 man en pleegt een aanslag op een legerbasis in Santiago de Cuba. De aanslag mislukt, en 55 van de mannen worden gevangen genomen, gemarteld en geëxecuteerd. Castro wordt later gevangen genomen en in de gevangenis gezet.

In 1955 wordt Castro vrijgelaten, en hij vertrekt een paar maanden later naar Mexico. Daar traint hij een revolutionaire krijgsmacht van 81 man en vaart met de Granma (hier is de krant naar vernoemt), een cruiseschip naar Cuba in december 1956. Ze worden al snel ontdekt door Batista’s leger, maar Fidel ontsnapt met 11 anderen, inclusief Ernesto ‘Che’ Guevarra naar de bergen. Castro’s ‘26 juli beweging’ (M-26-7) groeit tot driehonderd man. Vanuit de bergen beginnen ze in 1958 uit te zenden met Radio Rebelde, een illegale radiozender. In mei van dat jaar stuurt Batista 10.000 soldaten om de 300 guerrilla’s te liquideren. Maar de rebellen houden stand, en weten veel wapens te stelen. Langzaam veroveren ze steeds meer steden in Cuba en uiteindelijk geven Batista’s troepen zich over. Batista zelf, vlucht op 1 januari 1959 naar de Dominicaanse Republiek, en neemt nog even 35 miljoen euro uit de staatskas mee.

Fidel Castro wordt de minister president van Cuba en begint direct met hervormingen. Zo nationaliseert hij grote bedrijven zoals Texaco, Shell en banken. Hiermee jaagt hij Amerika tegen zich in het harnas. In 1961 breekt Amerika alle diplomatieke relaties met Cuba af. Op 15 april vallen 1.400 door de CIA getrainde Cubaanse emigranten Cuba in bij ‘The Bay of Pigs’, maar de aanval wordt afgewimpeld. Na dit verlies boycot Amerika alle handel met Cuba. Tegelijkertijd wordt de relatie met de Sovjet Unie steeds beter (het is de Koude Oorlog).

In 1962 installeert Sovjet president Krushchev raketten in Cuba met toestemming van Castro. Amerika kan dit niet echt waarderen en er ontstaat een grote crisis: ‘The Cuban Missile Crisis’. Nadat president Kennedy heeft verzekerd dat Cuba niet zal worden aangevallen, geeft Krushchev het bevel om de raketten te verwijderen. Maar Castro word hier niet over geraadpleegd of geïnformeerd. De wereld is niet eerder zo dicht bij een nucleaire oorlog geweest. Sindsdien is Fidel Castro president van Cuba geweest, tot afgelopen zondag dus…

Nuevo Presidente
Het is een interessante tijd in Cuba. Afgelopen zondag werd Raúl Castro, Fidel’s vijf jaar jongere broer als nieuwe president van Cuba gekozen. Er lijkt dus voorlopig niet veel te gaan veranderen in Cuba. Amerika zal waarschijnlijk haar economische boycot handhaven en in Cuba blijft de Communistische Partij de touwtjes stevig in handen houden. Op straat is het rustig zondag op een klein opstootje met de politie na, in het centrum van Havana. Ik vraag aan een meisje wat er aan de hand is. “Un contra-revolucionario” (iemand die tegen ‘de revolutie’ is), antwoord ze kort terug. Ik weet niet wat er verder gebeurt is.

Investigación
Hoewel cubaanse politieke business heel interessant is ben ik hiervoor natuurlijk niet naar Cuba gekomen. Ik ben hier om onderzoek te doen, om daarover mijn thesis te schrijven. Eén van de eerste dingen die opvallen als je in Cuba binnenkomt is dat ze twee officiële valuta’s hebben: De Peso Convertible (CUC) en de Peso Cubano. Stel je dat voor alsof wij in Nederland alles in guldens én in euro’s kunnen kopen.

Na de val van Sovjet Unie in 1991, komt Cuba in een grote economische crisis terecht. De waarde van de Peso Cubano keldert naar beneden, en de Cubanen kunnen bijna niets meer kopen met deze munt. Voor buitenlandse toeristen en bedrijven is dit een goede zaak, want alles in Cuba is spotgoedkoop geworden. Maar de Cubaanse regering heeft hard geld nodig en bedenkt een plan: laten we voor buitenlandse toeristen en bedrijven onze producten verkopen in een nieuwe munt die even veel waard is als de Amerikaanse dollar, dan verdienen we veel meer. En zo is in 1994 de CUC geboren.

Nu is er dus de vreemde situatie dat er twee soorten geld zijn met een verschil van 25:1. In het vorige bericht vertelde ik dat iedereen in Cuba voor de regering werkt en ongeveer hetzelfde verdient, zo’n 10 euro per maand. En dan maakt niet uit of je schoonmaker bent, in de sigarenfabriek werkt of minister bent. Ze verdienen allemaal hetzelfde, behalve… behalve als je met toeristen werkt. Toeristen betalen alles in CUC en betalen dus bijna 25 keer zoveel. Nu ben je een corrupte taxi chauffeur (die zijn er veel hier) en je laat toeristen ‘a special price for you’ betalen, buiten het regeringstarief om. Met twee ritjes verdien je wat andere Cubanen in een maand verdienen. Er valt dus eindelijk geld te verdienen in Cuba! Veel Cubanen geven hun baan op om met toeristen te werken. Ik hoor van mijn Spaanse lerares dat een vriendin van haar ‘deuropener’ in een hotel is geworden en haar baan als arts opgegeven heeft

Ik ben nu bezig om te onderzoeken wat de invloed van die nieuwe munt is op het dagelijkse leven van Cubanen. Verdelen de mensen die veel verdienen het geld met hun familie en vrienden, of houden ze het voor zichzelf? Raken de mensen die weinig verdienen hun motivatie kwijt omdat ze met hard werken veel minder verdienen dan ‘deuropeners’? Ontstaan er in de Cubaanse samenleving waar iedereen gelijk is qua inkomen een nieuwe groep van mensen die veel verdienen? Dit zijn vragen die ik wil beantwoorden met mijn onderzoek hier in Havana.

Later meer… Het is gelukt een paar foto's op het internet te proppen, kijk daarvoor rechts bovenaan de pagina. Hasta luego!

maandag 11 februari 2008

Soy Cuba

Meer dan een week geleden vertrok ik uit Amsterdam met ‘Martin in de Lucht’ naar Havana in Cuba. Sindsdien heb ik veel meegemaakt, maar eerst even een korte update voor de mensen die denken: “wat scheelt er toch aan ons moederland dat Pieter het weer eens verlaten heeft…?”

In de laatste fase van de driejarige studie Culturele Antropologie is het de bedoeling dat je drie maanden lang daadwérkelijk de antropoloog gaat uithangen. Dus alle derdejaars zijn naar een ander land vertrokken om daar onderzoek te doen naar een aspect van een andere cultuur. Dit kunnen hele uiteenlopende onderwerpen en verschillende plaatsen zijn. Een studiegenoot doet bijvoorbeeld onderzoek naar het schoonheidsideaal van vrouwen in Uganda, een ander doet het over de oorzaken dat jongeren in youth gangs terecht komen in Guatemala, en weer een ander doet het over de manier waarop Guatemalteken omgaan met terminale patiënten. Na drie maanden Nederland pak in mijn tas dus maar weer een keer om onderzoek te doen (vertel later meer over het onderwerp) in een ander land. Dit keer naar het land van de sigaren, klassieke Amerikaanse auto’s, rum en salsa …

Llego
Twee donderdagen geleden kom ik s’avonds na een tien urige vlucht aan op het vliegveld van de Cubaanse hoofdstad Havana. Omdat ik het in de weken voor vertrek druk had, met studie en werk o.a., moet ik nog een slaapplaats regelen. Gelukkig bied the LP (Loneley Planet, bijbel onder de reizigers) uitkomst. Er staan veel telefoon nummers in van zogenaamde ‘Casas Particulares’. Als mensen 200 euro per maand aan de regering betalen mogen ze slaapkamers verhuren aan toeristen. Leuk voor toeristen omdat je bij Cubanen een kijkje in de keuken kunt nemen. Maar ik moet nog wel bellen of er ergens plaats is. Nu heb ik een cursus Spaans gedaan, heb ik gereisd in Latijns-Amerikaanse landen en kan ik me dus redelijk redden in het Spaans, maar bellen is toch wat anders.

Zo klonk het gesprek met de Casa Particular: een onbekende man neemt op, “zeg het me…” (zo nemen ze hier de telefoon op). Ik antwoord, “ik plaats zoeken slapen”, stilte…, “is mogelijk het?” De man: “ik geloof van wel ja.” Ik, “mooi! ik komen.” De man vraagt, “wanneer kom je?” “Ehhmm ik geloven over ongeveer over uur.” “Waar kom je vandaan?”, vraagt de man. “Ik heet Pieter”, antwoord ik. “Ehhm bueno…tot straks!”, zegt de man, ‘klik’. Het telefoontje verdient geen schoonheidsprijs, maar het is gelukt! Onderweg naar de Casa Particular word mijn taxi afgesneden door een oude Lada (veel Russische auto’s hier) zonder knipperlichten. De taxi chauffeur nog net een botsing voorkomen, maar uit de oude Lada die bij ons de sloop nog niet waard is, stappen vier grote kwade Cubanen. Gelukkig weet de taxi chauffeur die bijna in paniek geraakt is de auto in zijn achteruit te zetten, en weg te scheuren. Een spannend welkom in Cuba...

Nadat ik s’ochtends wakker word met een geweldig uitzicht over de oceaan leer ik via via een familie kennen waar ik voor langere tijd voor een goede prijs kan intrekken in Habana Vieja (het Oude Havana). Ik krijg een eigen slaapkamer. Het is een sympathieke familie met een zoon van mijn leeftijd, twee jongere zoons, moeder, opa en oma, twee honden, parkieten en een bijtgrage papegaai. De kleinste jongen is zeven jaar oud, een grappig kereltje, alleen is hij vaak eens te druk voor de oude opa en oma. Oma jaagt hem dan met een touwtje het huis uit. Net als alle huizen in Habana Vieja is dit huis in Spaans koloniale stijl gebouwd met hele hoge plafonds, veel originele sierlijsten en een binnenplaats. Heel erg mooi! De rolverdeling tussen mannen en vrouwen is hier ‘traditioneel’. De vrouwen zijn hier de hele dag bezig met schoonmaken, koken en het verzorgen van de kinderen. Voor de keuken staat zelfs een afscheiding. Dat is verboden gebied voor mij. Iedere dag heb ik thuis twee uur lang Spaanse les van mijn eigen professora! Ze is een goede lerares van de universiteit van Havana, die ook particulier les geeft. Maar eigenlijk heb ik de hele dag Spaanse les omdat alles wat ik hoor, lees en spreek in het Spaans is. Mijn Spaans gaat dus snel vooruit!

Ciudad de la Habana
In de eerste dagen dat ik in Havana ben heeft de stad met twee miljoen inwoners iets magisch. Veel imposante, oude gebouwen, vrolijke klassieke Amerikaanse auto’s uit de jaren vijftig, veel salsabandjes, iedere dag rond de dertig graden warm, en naast ‘hustlers’ die je sigaren of rum willen aansmeren, vriendelijke mensen. Habaneros houden ervan om tijd op straat door te brengen. Overal lopen, fietsen en hangen mensen. Terwijl ik door de straten loop vragen jongens van mijn leeftijd vragen of ik mee wil doen met ‘béisbol’ (honkbal, volksport nummer één in Cuba). Met een afgebroken bezemstok en een plastieken, leeggelopen ‘jeu de boule bal’ slaan we er lekker op los. Daarna loop ik naar de Malécon (vijf km. lange oceaanboulevard) en neem een duik in het frisse water. Een Cubaanse jongen die op het rif zit nodigt me uit om zijn pakje rum te delen. Inderdaad ja, in een ‘pakje’. Cubanen zijn zo gek op rum, dat het hier zelfs in pakjes wordt verkocht. Dezelfde pakjes waar wij in Nederland fruitsap in hebben!!!

Pobreza
S’avonds ga ik naar het park om wat te schrijven. Ik zit er een paar minuten als er aan beide kanten van mij een vrouw komt zitten. Ze vragen me geïnteresseerd waar ik vandaan kom, en hoe lang ik hier ben. De vrouw aan mijn rechterkant, 34 jaar oud verteld ze, vraagt mij of ik geen trek heb in een Cubaanse vriendin. Na wat ontwijkende antwoorden van mijn kant en nog wat gepraat over koetjes en kalfjes loopt ze opeens beledigd weg…met haar man. De linkervrouw (de vrouwen kenden elkaar niet) vertelt me hoe het werkt in het toeristische Havana. De andere vrouw probeerde mij te versieren voor een nachtelijk avontuurtje in de hoop dat ik haar zou betalen. Vervolgens zou zij het geld aan haar man geven. Bizar! Het was een hele gewone vrouw, ze zag er niet uit als een getrouwde tippelaar.

Deze ervaring illustreert wel direct Cuba’s grootste probleem: armoede. Na het uiteenvallen van de Sovjet Unie in 1991 heeft Cuba haar grootste sponsor verloren. Tegelijkertijd heeft Cuba te maken met een nu al veertig jaar durende economische boycot van Amerika dat maar 150 kilometer verderop ligt! Daarnaast heeft Cuba een socialistisch staatssysteem. Dat wil zeggen dat de staat geregeerd word door één partij, de Communistische Partij, die geleid wordt door president Fidel Castro. Iedereen in Cuba werkt voor de staat, en is dus eigenlijk ambtenaar. Op een paar uitzonderingen na mogen mensen niet zelf een onderneming beginnen. Het is niet goed voor de economie van een land als mensen door het systeem niet hun originaliteit, creativiteit en ondernemerstalent kunnen gebruiken om nieuwe producten of diensten te bedenken en daarna te verzilveren. Dit zijn redenen waarom Cuba een arm land is.

Control
Als de vrouwen weg zijn komt er een man naast me zitten. Hij is basisschoolleraar en vertelt mij over het leven in Cuba. Iedereen heeft recht op gratis gezondheidszorg, onderwijs, en een dak boven zijn hoofd (ik heb nog geen dakloze gezien). In Cuba is dit veel beter geregeld dan bijvoorbeeld in Amerika, waar heel veel mensen hun ziektekosten en het onderwijs van hun kinderen niet kunnen betalen, en er veel daklozen zijn. Hij vertelt ook dat Cuba arm is, maar iedereen is tenminste éven arm. Plotseling staat er een politieagent bij ons. Hij vraagt de man om zijn identiteitsbewijs en vraagt wie ik ben. Het is in Cuba verboden voor Cubanen om met toeristen te praten. Met buitenlandse vrienden praten mag wel. De agent vraagt mij sinds wanneer ik hem ken. Ik antwoord dat ik heel slecht Spaans spreek. De agent vraagt mij gelukkig niet naar zijn naam. De leraar krijgt een officiële waarschuwing (twee maal is scheepsrecht in Cuba) en de agent loopt verder. De basisschoolleraar was net nog rustig maar beeft nu van de spanning. Met een strafblad kun je het namelijk wel vergeten in Cuba. Het lijkt ons verstandig om naar huis te gaan…

De controle van de regering is heel groot in Cuba. Naast veel politie (de straten zien ‘zwart’ van de agenten) en geheime politie, heeft ieder stratenblok zijn eigen CDR, oftewel ‘comité ter verdediging van de revolutie’. Zij houden in de gaten of mensen in hun stratenblok geen illegale activiteiten ondernemen en de regering netjes ondersteunen. Een Cubaanse vriendin vertelde me dat zij voor een studiereis naar het buitenland bijvoorbeeld toestemming van het CDR in haar buurt nodig heeft.

Otras Cosas
Mi madre! Het is ondertussen een heel verhaal geworden, dus ik schrijf later meer over mijn onderzoek. Ik ben in ieder geval goed gesetteld in Havana, en ik heb het erg naar mijn zin. Ik leer iedere dag veel nieuwe mensen kennen maar het is vaak nog wel aftasten of mensen oprecht in mij geïnteresseerd zijn, of in mijn portemonnee (die is overigens niet al te dik, maar dat weten zij niet…). Ook ontdek ik iedere dag meer wat het systeem wel en niet toelaat. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat mensen in de problemen raken door met mij te praten.

Internetten is hier moeilijk. Cubanen kunnen alleen op intranet komen, een afgeslankte gecensureerde vorm van internet. Extranjeros zoals ik kunnen in hotels internetten. Het is alleen duur (5 euro per uur), en langzamer dan mijn oma auto rijdt ;) Met een vaste lijn naar Nederland bellen kost drie biertjes per minuut, dus dat zou een duur ‘avondje stappen’ worden. Communicatie met Nederland is dus lastig, dat je het even weet. Maar zoals altijd vind ik het leuk om updates uit Nederland te ontvangen, en de volgende keer zal ik proberen om een paar foto’s door de kabel te duwen.