Soy Cuba
Meer dan een week geleden vertrok ik uit Amsterdam met ‘Martin in de Lucht’ naar Havana in Cuba. Sindsdien heb ik veel meegemaakt, maar eerst even een korte update voor de mensen die denken: “wat scheelt er toch aan ons moederland dat Pieter het weer eens verlaten heeft…?”
In de laatste fase van de driejarige studie Culturele Antropologie is het de bedoeling dat je drie maanden lang daadwérkelijk de antropoloog gaat uithangen. Dus alle derdejaars zijn naar een ander land vertrokken om daar onderzoek te doen naar een aspect van een andere cultuur. Dit kunnen hele uiteenlopende onderwerpen en verschillende plaatsen zijn. Een studiegenoot doet bijvoorbeeld onderzoek naar het schoonheidsideaal van vrouwen in Uganda, een ander doet het over de oorzaken dat jongeren in youth gangs terecht komen in Guatemala, en weer een ander doet het over de manier waarop Guatemalteken omgaan met terminale patiënten. Na drie maanden Nederland pak in mijn tas dus maar weer een keer om onderzoek te doen (vertel later meer over het onderwerp) in een ander land. Dit keer naar het land van de sigaren, klassieke Amerikaanse auto’s, rum en salsa …
Llego
Twee donderdagen geleden kom ik s’avonds na een tien urige vlucht aan op het vliegveld van de Cubaanse hoofdstad Havana. Omdat ik het in de weken voor vertrek druk had, met studie en werk o.a., moet ik nog een slaapplaats regelen. Gelukkig bied the LP (Loneley Planet, bijbel onder de reizigers) uitkomst. Er staan veel telefoon nummers in van zogenaamde ‘Casas Particulares’. Als mensen 200 euro per maand aan de regering betalen mogen ze slaapkamers verhuren aan toeristen. Leuk voor toeristen omdat je bij Cubanen een kijkje in de keuken kunt nemen. Maar ik moet nog wel bellen of er ergens plaats is. Nu heb ik een cursus Spaans gedaan, heb ik gereisd in Latijns-Amerikaanse landen en kan ik me dus redelijk redden in het Spaans, maar bellen is toch wat anders.
Zo klonk het gesprek met de Casa Particular: een onbekende man neemt op, “zeg het me…” (zo nemen ze hier de telefoon op). Ik antwoord, “ik plaats zoeken slapen”, stilte…, “is mogelijk het?” De man: “ik geloof van wel ja.” Ik, “mooi! ik komen.” De man vraagt, “wanneer kom je?” “Ehhmm ik geloven over ongeveer over uur.” “Waar kom je vandaan?”, vraagt de man. “Ik heet Pieter”, antwoord ik. “Ehhm bueno…tot straks!”, zegt de man, ‘klik’. Het telefoontje verdient geen schoonheidsprijs, maar het is gelukt! Onderweg naar de Casa Particular word mijn taxi afgesneden door een oude Lada (veel Russische auto’s hier) zonder knipperlichten. De taxi chauffeur nog net een botsing voorkomen, maar uit de oude Lada die bij ons de sloop nog niet waard is, stappen vier grote kwade Cubanen. Gelukkig weet de taxi chauffeur die bijna in paniek geraakt is de auto in zijn achteruit te zetten, en weg te scheuren. Een spannend welkom in Cuba...
Nadat ik s’ochtends wakker word met een geweldig uitzicht over de oceaan leer ik via via een familie kennen waar ik voor langere tijd voor een goede prijs kan intrekken in Habana Vieja (het Oude Havana). Ik krijg een eigen slaapkamer. Het is een sympathieke familie met een zoon van mijn leeftijd, twee jongere zoons, moeder, opa en oma, twee honden, parkieten en een bijtgrage papegaai. De kleinste jongen is zeven jaar oud, een grappig kereltje, alleen is hij vaak eens te druk voor de oude opa en oma. Oma jaagt hem dan met een touwtje het huis uit. Net als alle huizen in Habana Vieja is dit huis in Spaans koloniale stijl gebouwd met hele hoge plafonds, veel originele sierlijsten en een binnenplaats. Heel erg mooi! De rolverdeling tussen mannen en vrouwen is hier ‘traditioneel’. De vrouwen zijn hier de hele dag bezig met schoonmaken, koken en het verzorgen van de kinderen. Voor de keuken staat zelfs een afscheiding. Dat is verboden gebied voor mij. Iedere dag heb ik thuis twee uur lang Spaanse les van mijn eigen professora! Ze is een goede lerares van de universiteit van Havana, die ook particulier les geeft. Maar eigenlijk heb ik de hele dag Spaanse les omdat alles wat ik hoor, lees en spreek in het Spaans is. Mijn Spaans gaat dus snel vooruit!
Ciudad de la Habana
In de eerste dagen dat ik in Havana ben heeft de stad met twee miljoen inwoners iets magisch. Veel imposante, oude gebouwen, vrolijke klassieke Amerikaanse auto’s uit de jaren vijftig, veel salsabandjes, iedere dag rond de dertig graden warm, en naast ‘hustlers’ die je sigaren of rum willen aansmeren, vriendelijke mensen. Habaneros houden ervan om tijd op straat door te brengen. Overal lopen, fietsen en hangen mensen. Terwijl ik door de straten loop vragen jongens van mijn leeftijd vragen of ik mee wil doen met ‘béisbol’ (honkbal, volksport nummer één in Cuba). Met een afgebroken bezemstok en een plastieken, leeggelopen ‘jeu de boule bal’ slaan we er lekker op los. Daarna loop ik naar de Malécon (vijf km. lange oceaanboulevard) en neem een duik in het frisse water. Een Cubaanse jongen die op het rif zit nodigt me uit om zijn pakje rum te delen. Inderdaad ja, in een ‘pakje’. Cubanen zijn zo gek op rum, dat het hier zelfs in pakjes wordt verkocht. Dezelfde pakjes waar wij in Nederland fruitsap in hebben!!!
Pobreza
S’avonds ga ik naar het park om wat te schrijven. Ik zit er een paar minuten als er aan beide kanten van mij een vrouw komt zitten. Ze vragen me geïnteresseerd waar ik vandaan kom, en hoe lang ik hier ben. De vrouw aan mijn rechterkant, 34 jaar oud verteld ze, vraagt mij of ik geen trek heb in een Cubaanse vriendin. Na wat ontwijkende antwoorden van mijn kant en nog wat gepraat over koetjes en kalfjes loopt ze opeens beledigd weg…met haar man. De linkervrouw (de vrouwen kenden elkaar niet) vertelt me hoe het werkt in het toeristische Havana. De andere vrouw probeerde mij te versieren voor een nachtelijk avontuurtje in de hoop dat ik haar zou betalen. Vervolgens zou zij het geld aan haar man geven. Bizar! Het was een hele gewone vrouw, ze zag er niet uit als een getrouwde tippelaar.
Deze ervaring illustreert wel direct Cuba’s grootste probleem: armoede. Na het uiteenvallen van de Sovjet Unie in 1991 heeft Cuba haar grootste sponsor verloren. Tegelijkertijd heeft Cuba te maken met een nu al veertig jaar durende economische boycot van Amerika dat maar 150 kilometer verderop ligt! Daarnaast heeft Cuba een socialistisch staatssysteem. Dat wil zeggen dat de staat geregeerd word door één partij, de Communistische Partij, die geleid wordt door president Fidel Castro. Iedereen in Cuba werkt voor de staat, en is dus eigenlijk ambtenaar. Op een paar uitzonderingen na mogen mensen niet zelf een onderneming beginnen. Het is niet goed voor de economie van een land als mensen door het systeem niet hun originaliteit, creativiteit en ondernemerstalent kunnen gebruiken om nieuwe producten of diensten te bedenken en daarna te verzilveren. Dit zijn redenen waarom Cuba een arm land is.
Control
Als de vrouwen weg zijn komt er een man naast me zitten. Hij is basisschoolleraar en vertelt mij over het leven in Cuba. Iedereen heeft recht op gratis gezondheidszorg, onderwijs, en een dak boven zijn hoofd (ik heb nog geen dakloze gezien). In Cuba is dit veel beter geregeld dan bijvoorbeeld in Amerika, waar heel veel mensen hun ziektekosten en het onderwijs van hun kinderen niet kunnen betalen, en er veel daklozen zijn. Hij vertelt ook dat Cuba arm is, maar iedereen is tenminste éven arm. Plotseling staat er een politieagent bij ons. Hij vraagt de man om zijn identiteitsbewijs en vraagt wie ik ben. Het is in Cuba verboden voor Cubanen om met toeristen te praten. Met buitenlandse vrienden praten mag wel. De agent vraagt mij sinds wanneer ik hem ken. Ik antwoord dat ik heel slecht Spaans spreek. De agent vraagt mij gelukkig niet naar zijn naam. De leraar krijgt een officiële waarschuwing (twee maal is scheepsrecht in Cuba) en de agent loopt verder. De basisschoolleraar was net nog rustig maar beeft nu van de spanning. Met een strafblad kun je het namelijk wel vergeten in Cuba. Het lijkt ons verstandig om naar huis te gaan…
De controle van de regering is heel groot in Cuba. Naast veel politie (de straten zien ‘zwart’ van de agenten) en geheime politie, heeft ieder stratenblok zijn eigen CDR, oftewel ‘comité ter verdediging van de revolutie’. Zij houden in de gaten of mensen in hun stratenblok geen illegale activiteiten ondernemen en de regering netjes ondersteunen. Een Cubaanse vriendin vertelde me dat zij voor een studiereis naar het buitenland bijvoorbeeld toestemming van het CDR in haar buurt nodig heeft.
Otras Cosas
Mi madre! Het is ondertussen een heel verhaal geworden, dus ik schrijf later meer over mijn onderzoek. Ik ben in ieder geval goed gesetteld in Havana, en ik heb het erg naar mijn zin. Ik leer iedere dag veel nieuwe mensen kennen maar het is vaak nog wel aftasten of mensen oprecht in mij geïnteresseerd zijn, of in mijn portemonnee (die is overigens niet al te dik, maar dat weten zij niet…). Ook ontdek ik iedere dag meer wat het systeem wel en niet toelaat. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat mensen in de problemen raken door met mij te praten.
Internetten is hier moeilijk. Cubanen kunnen alleen op intranet komen, een afgeslankte gecensureerde vorm van internet. Extranjeros zoals ik kunnen in hotels internetten. Het is alleen duur (5 euro per uur), en langzamer dan mijn oma auto rijdt ;) Met een vaste lijn naar Nederland bellen kost drie biertjes per minuut, dus dat zou een duur ‘avondje stappen’ worden. Communicatie met Nederland is dus lastig, dat je het even weet. Maar zoals altijd vind ik het leuk om updates uit Nederland te ontvangen, en de volgende keer zal ik proberen om een paar foto’s door de kabel te duwen.