English stories, y historias de Bolivia
Het is al meer dan acht maanden geleden sinds mijn laatste bericht, dus ik hoop dat Nederland mij nog niet vergeten is! Om even het geheugen te verfrissen: ik ben die blonde jongen uit het oosten des vaderlandsch, die om één of andere reden altijd wel weer iets verzint om Nederland te verlaten (ligt niet aan jullie!). De laatse keer ging ik naar Brighton, Engeland om daar een master in ontwikkelingsstudies te doen.
Development Studies
En daar was ik ongeveer gebleven met mijn laatste blog post in oktober vorig jaar. Intussen is er veel gebeurd waaronder wéér geografische verplaatsingen. Met de studie is alles zo zijn gangetje gegaan: les in les uit, essay hier, essay daar, en van wintertijd werd het zomertijd. Ik heb zoveel geleerd over ontwikkelingsvraagstukken dat deze post makkelijk een boek zou kunnen worden, maar dat doe ik jullie niet aan. Een paar lessen sprongen er echter uit.
Van het studeren met een hele diverse groep mensen, met verschillende nationaliteiten (Zimbabwe, India, Italie, Kenia, Duitsland, Japan, Nepal, Brazilie, Bhutan, Engeland, Tanzania etc.), religies (moslim, hindoe, seculier, christen, boedist), leeftijden (van 21 tot 43 jaar), en ervaringen in ontwikkelingswerk (media, VN-organisaties, regeringen, NGO’s, universiteiten, etc.), heb ik veel geleerd. We hebben naast de studie ook veel opgetrokken en zijn goede vrienden geworden. Als ik daar nu op terugkijk denk ik: “wat is het eigenlijk bijzonder dat al deze verschillende mensen op zo’n leuke manier samengeleefd hebben, in tijden waarin er op veel plaatsen zo weinig tolerantie bestaat voor mensen die ‘anders’ zijn.” Het samenleven voelde als het bekende nummer van Bob Marley: “One love, One heart” (hier spreekt Pieter-de-hippie ;).
Daarnaast heb ik veel geleerd van cursussen met ingewikkelde namen zoals ‘the politics of pro-poor growth policies’. We hebben het over tal van speciefieke onderwerpen gehad zoals: bestrijding van AIDS, genetisch gemanipuleerde gewassen, conflict resolutie, the Dutch Disease (economen weten waar ik het over heb), globalisering, klimaatverandering, en ga zo maar door. Maar ik heb ook een paar algemene lessen over ontwikkelingsvraagstukken meegekregen:
-ontwikkeling betekend: ‘good change’ (Robert Chambers)
-de (sociale) wereld is zeer complex
-hieraan gelinkt: er bestaan geen ‘one size fits all’ oplossingen, iedere culturele context heeft zijn eigen oplossingen nodig
-het is niet goed als arme mensen van hulp afhankelijk worden, daarmee verliezen ze een gevoel van eigenwaarde en zelfrespect
-ontwikkelingslanden worden steeds minder afhankelijk van westerse hulp en ontwerpen hun eigen ontwikkelingsagenda (grote voorbeelden: China, India)
-hieraan gelinkt: participatie van arme mensen in hun eigen ontwikkeling is noodzakelijk, want wat begrijpen wij als ‘experts’ werkelijk van wat arme mensen nodig hebben, en hebben wij het recht om onze eigen agenda aan arme mensen op te dringen?
-en ten slotte heb ik geleerd dat hoe meer je studeert, hoe meer vragen je krijgt :)
Onderzoek in La Paz, Bolivia
Jullie zullen gemerkt hebben dat ik in de verleden tijd schreef. De master duurt tot september maar ik ben inmiddels(voorgoed) vertrokken uit Engeland om afstudeeronderzoek te doen in La Paz, Bolivia. Sinds drie weken doe ik een onderzoeksstage in samenwerking met de Nederlandse ambassade in La Paz, naar de invloed van een nationaal certificeringsprogramma op (zelfstandige) arbeiders in de informele economie.
Bolivia, een land met prachtige natuur (bergen boven 6000m, jungle, zoutvlakten, meren) en veel culturele diversiteit (31 etniciteiten, veel afstammelingen van de Inca’s), is één van de armste landen van Zuid Amerika met een hele grote informele ecomomie. In Nederland zouden alleen de mensen die ‘zwart’ of illegaal werken bij de informele economie horen, maar in Bolivia hoort ongeveer 65% van de werkende bevolking bij de informele economie. Deze mensen maken niet de beslissing om ‘zwart’ te gaan werken, maar werken in de informele economie omdat het grootste deel van de economie nooit ‘formeel’ is geweest! Ze hebben als voordeel dat ze geen belasting betalen, maar hebben als nadeel dat ze geen vaste contracten hebben, geen vakantiedagen, geen vast salaris, geen verzekering, etc. Ook heeft het merendeel van deze arbeiders wel eens een cursus gevolgd en een vak geleerd in de loop van de jaren, als bouwvakker bijvoorbeeld, maar hebben ze nog nooit een diploma ontvangen.
Nu is de Boliviaanse regering een programma begonnen om deze mensen gratis de kans te geven om hun kennis en vaardigheden te certificeren. Dus er worden voor tientallen beroepen door het hele land evaluatiedagen gehouden waarop wordt getest of ze kennis en vaardigheden bezitten die nodig zijn voor een bepaald beroep, zoals ‘het kunnen metselen van een muur’ voor een bouwvakker bijvoorbeeld. Als ze de test doorstaan krijgen de werkers een officeel certificaat waarop staat dat ze expert zijn in hun beroep. Mijn rol is het onderzoeken hoe dit certificaat mensen helpt in de informele economie. “Wordt hun salaris hoger, wordt hun zelfvertrouwen sterker, en vinden ze makkelijker werk?” zijn vragen die ik probeer te beantwoorden met het onderzoek. Mensen van de Nederlandse ambassade die dit programma sponsoren, en de coordinators van het certificeringsprogramma hebben interesse in de uitkomsten van het onderzoek.
Nederland in Bolivia
Misschien zou je het niet verwachten maar ook in Bolivia hebben onze landgenoten hun sporen achtergelaten. Zo was ik de eerste ochtend in La Paz stomverbaast toen ik recht tegenover de ingang van de flat waarin ik woon ‘la casita del pannekuk’ (pannenkoekenhuis) op de muur geschilderd zag staan, compleet met windmolens en delfts blauw in de ramen. Ik heb er nog niet gegeten maar heb me laten vertellen dat de pannenkoeken erg Nederlands smaken (dat is een compliment denk ik :). Een ander moment van soortgelijke verbazing deed zich voor toen Tim, Maarten (Nederlandse vrienden op bezoek in La Paz) en ik erachter kwamen dat ze warempel negerzoenen verkopen in de straten van La Paz! Wie had dat nou gedacht, onze lekkernijen te koop in het meest afgelegen land van Latijns Amerika. Hier is er overigens geen discussie over de politiek correcte benaming van onze zoetigheid (Buijs-zoenen of negerzoenen?). In Bolivia heten ze ‘besos de negros’ wat letterlijk betekend: ‘zoenen van negers’.
Daarnaast is Nederland natuurlijk goed vertegenwoordigd met de ‘Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in La Paz, Bolivia’. De afdeling ‘ontwikkelingssamenwerking’ is de belangrijkste tak van deze ambassade. De Nederlandse overheid steunt programma’s op het gebied van onderwijs, ontwikkeling van de Boliviaanse overheid, en duurzame economische ontwikkeling. Tot mijn verassing (ik blijf me verbazen hier :) zijn maar elf van de 31 personeelsleden Nederlands, en is de rest Boliviaans. Om te bezuinigen is het Nederlands ondersteunende personeel vervangen door Bolivianen, maar ook binnen de afdeling ontwikkelingssamenwerking is de helft Boliviaans. Een goede zaak, want wie weet er nu beter wat er met Bolivia moet gebeuren dan de Bolivianen zelf!
Ik blijf nog een paar maanden in Bolivia. De scriptie rond ik voor 1 september af, daarna ga ik nog een maand rondreizen voordat ik begin oktober weer voet zet in NL. Ik hoop dat het jullie allemaal goed gaat, saludos en tot gauw!