zondag 14 november 2010

Koop je vrouw op lening

Leven in Limbe
Iets meer dan drie maanden geleden vertrok ik naar het ‘land der zwarten’, de letterlijke betekenis van‘Sudan’. Het zijn drie hele interessante maanden geweest waarin ik veel gezien, geleerd, en gewerkt heb. De vorige keer dat ik schreef woonde en werkte ik in Katigiri, een klein dorp. Ondertussen woon en werk ik in Limbe, een gat vergeleken met wereldstad Katigiri. Limbe bestaat welgeteld uit 40 toekoe’s (kleien hutten), een kerk, een paar kraampjes met frisdrank, tomaten, en biscuit, 15 mango bomen die dienen als ontmoetingsplaats in de koele schaduw, zo’n honderd mensen wonend tussen het maïs, en misschien wel evenveel geiten.

Je zou dus zeggen dat ik ‘in het midden van nergens zit’, en zo voelt dat soms ook wel. Maar nergens is er helemaal niets. Zo is er hier iedere dag veel leven op het terrein van ZOA in Limbe. En na werktijd kunnen we bijvoorbeeld een potje voetballen met de ‘community’, domino spelen met de mannen onder een van de mangobomen (cultureel is het namelijk niet acceptabel dat vrouwen domino spelen), of waterpijp roken bij Limbe’s beste kraampje aan de Yei-Juba Road. Mijn Bari en Juba Arabic, de twee talen die ze hier naast Engels spreken, gaan stukje bij beetje vooruit. Ik weet nu bijvoorbeeld hoe je met “ti taling gwe ko ta” iemand een vredige dag toewenst in het Bari.

Ook heb ik al een heuse bijnaam gekregen, meer door toeval eigenlijk. In Katigiri was er een man die ‘Barukimang’ in plaats van ‘Buikema’ verstond toen ik mij voorstelde. Daarop vroeg hij mij: “kom jij uit Barukimang?” Bleek dat er een klein plaatsje is wat ‘Barukimang’ heet. Nu is er de legende dat de stichters van het plaatsje vuur nodig hadden om te koken en geiten te roosteren nadat ze zich gesettled hadden. Omdat lucifers en aanstekers hier geen gemeen goed zijn, riepen ze de hulp in van een man die hun vuur bracht, hoe precies weet ik niet. Omdat ze hier zo blij mee waren vereerden ze de hem door hun dorpje de naam: “man die vuur brengt”, te geven. Dit is de betekenis van het Bari-woord: ‘barukimang’. Ik loop dus tegenwoordig met een aansteker op zak.

Koop je vrouw op lening
Er zijn hier veel verschillen met de Nederlandse cultuur. Misschien wel de meest opvallende zijn verschillen in (liefdes)relaties. S’avonds tijdens het drinken van frisdrank en het eten van biscuit (een van de weinige snacks hier) komen er vaak relatieverhalen naar boven. Zo vertelde een Ugandese collega dat hij zijn vrouw op lening heeft gekocht! Dat zit namelijk zo: voor een dochter vragen de vader en haar ooms een bruidschat zodra ze wordt uitgehuwelijkt of zelf met een huwelijkspartner is gekomen. De hoogte van de bruidschat hangt van veel factoren af: is de dochter een harde werker? Is ze trouw, maagd, intelligent, en vruchtbaar? Het hangt ook af van haar stam: Mundari vrouwen zijn bijvoorbeeld veel duurder dan Bari vrouwen. Daarnaast hangt de hoogte af van de welvaart van de huwelijkskandidaat. Komt de bruidegom uit een rijke familie, moet hij veel meer betalen dan een arme sloeber. Voor de familie van de bruid zou ik bijvoorbeeld een ideale huwelijkspartner zijn: “omdat kawatja’s (witte mannen) nu eenmaal veel geld hebben!”

Terug naar Cristopher, de Ugandese collega. Ik heb zijn vrouw niet ontmoet, maar als ik hem mag geloven is ze een beeldschone, intelligente, en hardwerkende vrouw. Geen koopje dus helaas. Ook komt hij uit een redelijk welvarende familie, dus is hij akkoord gegaan met een bruidschat van 10 koeien, 10 geiten, en $10.000 dollar, wat hier een gigantisch bedrag is. Omdat hij dit niet direct kon ophoesten heeft hij zijn vrouw op lening gekocht. Hij hoopt zijn vrouw binnen tien jaar echt in bezit te hebben.

Girl Child Education Campaign
Een groot nadeel voor meisjes in dit systeem is dat ze doorgaans al in hun tienerjaren uitgehuwelijkt worden, soms al op 13-jarige leeftijd. Dit betekend dat ze vaak op jonge leeftijd hun clan (verzameling van families) verlaten om zich bij de clan van hun man te voegen. Daarom investeren veel families niet in de toekomst van hun dochters door ze naar school te sturen: “ze verlaat onze familie toch voordat ze oud genoeg is om inkomen te verdienen.” Ook sturen ze hun dochters niet naar school omdat veel ouders zelf ook geen onderwijs gehad hebben en daarom er niet het nut van inzien. Ongeveer tachtig procent van de mensen hier is analfabeet. Wat de ouders niet inzien is dat ze een hogere bruidschat voor hun onderwezen schoondochters kunnen vragen en dat ze beter onderwezen schoondochters aan hun familie kunnen toevoegen omdat die veel meer inkomen voor de familie binnenhalen.

Daarnaast vind ZOA het belangrijk dat meisjes naar school gaan omdat ‘recht op onderwijs’ een mensenrecht is (zie 'article 26') en een Millennium Development Goal (zie 'universal education'). Daarom hebben we in samenwerking met de overheid een campagnedag opgezet met als slogan: “Educating One Girl is Educating the Whole Nation”. Deze dag werd bijgewoond door twee vrouwelijke parlementsleden, tal van stamhoofden, en schooldirecteuren die vurige speeches hielden voor ons en voor radio en televisie. Maar het meest indrukwekkende statement kwam van de schoolmeisjes zelf door een mars, muziek, gedichten, dans en liederen met zelfgeschreven teksten zoals: “pa-rents we a-nounce, that we need edu-cation!”

Het referendum op 9 januari 2011
Het jaar vliegt voorbij. Al bijna is het december, de maand waarin ik voor meer dan een maand naar Uganda ga om kerst te vieren. En 9 januari 2011 is de dag van het langverwachte referendum waarmee de Zuid-Sudanezen kunnen stemmen voor nationale eenheid of voor afscheiding met noordelijk Sudan. De verwachting is dat de Zuid-Sudanezen massaal voor afscheiding stemmen, ze hebben immers meer dan 20 jaar burgeroorlog met het noorden achter de rug. Zuid-Sudan zal dan een onafhankelijke staat uitroepen, maar de vraag is of het noorden dit zal accepteren. Zo niet, dan is er kans dat er een nieuwe burgeroorlog uitbreekt. Het is dus een hele spannende tijd hier en we kunnen dus alle gebed en positieve gedachten gebruiken.

zondag 19 september 2010

Een nacht in 'three-two'

Na veel ‘desk work’ was ik blij om weer eens om het ‘veld’ in te gaan om een aantal projecten van ZOA te bezoeken. Ik wist toen niet dat het een ‘fieldtrip’ zou worden om niet snel te vergeten…

ZOA is in Zuid-Sudan actief in een provincie ter grootte van Nederland, vanaf vier zogenaamde ‘compounds’, een lapje grond met een kantoor en stevige kleien hutten (tukuls). Het meeste ZOA personeel woont en werk hier en vanaf deze locaties voert ZOA tal van projecten uit zoals het verbeteren van de voedselzekerheid door de introductie van nieuwe zaden en landbouwtechnieken, het voorlichten van gemeenschappen over het gebruik van schoon drinkwater en het organiseren van sanitatie om ziektes te voorkomen, of door het ondersteunen van scholen. Over de afgelopen jaren heeft ZOA veel geïnvesteerd in het onderwijs in Central Equatoria door het bouwen van scholen, het trainen van leraren, de constructie van wc’s, de provisie van lesmateriaal, etc. Eén van de onderwijsprojecten liep in juni dit jaar af. De donor van het project vraagt aan het einde om een evaluatie waarin ZOA moet laten zien dat het geld goed besteed is en dat de doelstellingen behaald zijn.

Mij is gevraagd om binnen twee weken een evaluatie rapport op tafel te leggen samen met Chaplain, een ervaren en jolige Sudanese collega. Hierop besloten we om zo snel mogelijk onze biezen te pakken zodat we een representatief deel van de 24 scholen konden bezoeken. Na een lange dag over de slechte Zuid-Sudanese zandwegen (in heel Zuid-Sudan, ter grote van Frankrijk en Italië samen, is er maar 50km asfaltweg) en het afnemen van interviews met leraren, ouders en leerlingen was het tijd om uit te rusten in een simpele bakstenen ‘lodge’ in Rokon om de volgende dag te vertrekken naar Tijor. Mijn collega’s hadden me al voorbereid op de schijbaar slechte weg naar het afgelegen dorpje waar ZOA een aantal scholen ondersteund. Vanaf Rokon zou het drie uur rijden zijn mits de weg niet te nat was. Lokale mensen in Rokon vertelden ons dat het al een week niet geregend had en de weg dus goed genoeg zou moeten zijn voor onze four wheel drive Toyota Landcruiser.

Het bleek dat mijn collega’s niet overdreven hadden. Zelfs de slechtste Nederlandse boerenweg deed niet onder voor de weg naar Tijor die volgens mijn collega lang geleden door de Engelsen was aangelegd. We raasden met slecht zicht door het natte en meer dan twee meter hoge gras waartussen nog net twee sporen zichtbaar waren voor Jozef onze chauffeur en Juka onze assistent chauffeur die achteraf geen overbodige luxe bleek te zijn. Jozef leidde ons met succes door rivieren en modderpoelen maar op anderhalf uur van Tijor bleek een diepe modderpoel dan toch te machtig voor de Landcuiser: we zaten vast. Terwijl Joseph en Juka in de tropische middagzon de auto met de ‘tanganyika’ (een hefboom) opkrikten, verzamelden Chaplin en ik takken om onder de wielen in de modder te duwen. Na een uur in de modder gespeeld te hebben en het executeren van een kleine voorbij wandelende schorpioen was het tijd een poging te wagen om de auto los te rijden. Jozef gaf vol gas, en de auto kwam in beweging, maar helaas gleed de schuin liggende auto zijdelings van de takken, en konden we weer van vooraf aan beginnen.

Een passerende vrouw, knap balancerend met een gevulde jerrycan op haar hoofd, was op weg van de waterput naar haar dichtbijliggende dorp en riep de hulp in van een paar jongemannen die snel aan de slag gingen met het kappen van bomen om ze vervolgens in kleinere takken te hakken. Maar ook met hun hulp kwam de auto na nog twee vergeefse pogingen alleen maar dieper in de modder vast te zitten. Met de vierde poging was het dan eindelijk raak! Zes uur nadat we vast kwamen te zitten stuurde Jozef de voorheen witte auto uit het modderbad. Na het delen van ons laatste water en eten met de behulpzame arme dorpelingen was het inmiddels te laat om Tijor voor het donker te bereiken dus zetten we weer koers terug naar Rokon.

Maar het harde werk in de brandende zon had Josef zijn tol geëist want na een lange slip kwamen we een half uur later weer vast te zitten, dit keer nog erger dan de eerste keer, èn met de schemering op komst. Onze modderige tanganyika kreeg ook nog eens kuren en omdat de radio het niet meer bleek te doen konden we geen hulp inroepen van onze collega’s. Na twee vergeefse pogingen zat er dus tegen zevenen niets anders op dan de nacht door te brengen in het moerassige gebied in onze Landcruiser, ook wel ‘three-two’ genoemd. Met vier man in de auto probeerden we het zo comfortabel mogelijk te maken maar de temperatuur in de muffe three-two steeg al snel naar zo’n dertig graden. Om zuurstof in de auto te laten moesten we één van de raampjes op een kier van een kleine centimeter te zetten maar toen roken de dorstige moerasmuggen opeens vers bloed.

Al snel verzamelden er zich tientallen zoemende en potentieel malaria dragende muggen zich in de warme three-two voor een feestmaal. We probeerden de tijd te doden door het oplossen van raadsels en het vertellen van verhalen, maar helaas mugt de tijd zich veel langzamer voorbij dan het vliegt. Na tot één uur s’nachts naar de zoemsymfonie geluisterd te hebben viel ik gelukkig in een diepe slaap. Pas om zes uur werd ik tegen ochtendgloren weer wakker en bleek ik de enige te zijn die daadwerkelijk geslapen had. Dorstig, hongerig, lekgeprikt en vermoeid gingen we toch lachend om de ironie van de situatie, we heten tenslotte ZOA Refugee Care maar in dit geval waren we zelf redelijk hulpeloos, weer aan de slag met het verzamelen van takken en stenen. Ook kregen we onze tanganyika gelukkig weer aan het werk en een paar uur later was three-two weer bevrijd! Met een groot vraagteken over de impact van ons project in Tijor, maar toch met een opgelucht gevoel kwamen we gistermiddag weer op onze compound aan in Katigiri.

Hoewel dit een uitzonderlijke situatie was, zijn de omstandigheden waarin ZOA in Zuid-Sudan werkt zwaar, vooral omdat het leven hier moeilijk voorspelbaar is. Er kan zomaar weer een conflict uitbreken, het kan hard regenen waardoor de wegen onbegaanbaar worden, ongeveer 80% van de bevolking is analfabeet, en er zijn weinig communicatie middelen. Zo zijn er geen Zuid-Sudanese TV of radio kanalen en alleen in de grote steden is er een mobiel netwerk. ‘Heeft het dan wel zin om hier als organisatie actief te zijn?’, is daarom een logische vraag die ook bij mij opkwam. En inderdaad, de omstandigheden maken het hier wel moeilijk om hier goed werk af te leveren, de kwaliteit van scholen, watervoorziening en gezondheidscentra is lang niet zo goed als in Nederland. Maar toch, als ik zie wat ZOA hier in acht jaar heeft bereikt is dat heel wat. Langs alle wegen kom je scholen en gezondheidsklinieken tegen met de bordjes ‘constructed by ZOA’. Dankzij het werk van ZOA in Zuid-Sudan zijn er bijvoorbeeld heel veel mensen die de gezondheidsvoordelen van schoon drinkwater ondervonden hebben, zijn er honderden mensen die geprofiteerd hebben van medicijnen tegen malaria, voorheen een dodelijke ziekte, en zijn er een paar duizend kinderen die basis onderwijs gehad hebben, wat hun toekomstkansen vergroot. Ik vind dat dit het waard is.

dinsdag 24 augustus 2010

Kawatja (witte man) in Zuid-Sudan

Welkom in het gemondialiseerde Sudan!
Een kleine gravel landingsbaan middenin een groen landschap met hier en daar een kleien hut markeerde mijn aankomst in Sudan. Het vliegtuigje van ‘Eagle Airways’ had me zojuist voorzien van een prachtige arendsblik over Ugandees en Sudanees territorium met hoge bergen, savannes, en het majestueuze Lake Victora, vanaf Entebbe airport, vooral bekend van de film ‘Raid on Entebbe’ waarin Israëlische gijzelaars knap bevrijd werden. Naast de landingsbaan werd ik officieel welkom geheten door een geiten-en kippen-delegatie en veel belangrijker, door medewerkers van ZOA Vluchtelingenzorg.

Het immigratie kantoor, een bouwvallig gebouwtje naast de landingsbaan was het volgende station. De immigratie ambtenaar, een man met vier lange horizontale littekens op zijn voorhoofd, gaf ik mijn paspoort. Later leerde ik dat de horizontale littekens een overblijfsel waren van een initiatieritueel van de Dinka stam, waarbij er sneeën werden gemaakt in het voorhoofd van de jongen als symbool dat de hij een volwaardig stamlid werd. Andere stammen hebben anderssoortige littekens, zoals de Mundari, met littekens op het voorhoofd die als pijlen naar hun neus wijzen. Je zou dus kunnen denken dat ik zojuist op een op een andere planeet beland ben, maar schijn bedriegt. De ambtenaar pakte mijn paspoort aan en vroeg of ik uit Nederland kwam. “Ja, dat klopt”, antwoordde ik. Hij keek op van het paspoort en zei in Engels met een stevig Dinka accent: “Arjen Robben had echt die kansen moeten maken, heel Zuid Sudan steunde Nederland tijdens de finale!” Het Zuid-Sudanese Narnia bevindt zich dus niet op een andere planeet. Ook hier werd het WK-voetbal gevolgd.

ZUID-Sudan
Waarom refereer ik aan Zuid-Sudan en niet simpel aan Sudan? Een klein beetje geschiedenis om te begrijpen in wat voor soort gebied ZOA hier werkt: Net als andere Afrikaanse landen is het land Sudan een gedachtenspinsel van de Europese kolonisators. Je kunt het in de atlas zien, veel grenzen in Afrika zijn letterlijk met de lineaal getrokken. Maar voordat de Britten het land veroverden wat nu Sudan heet, woonden er in Afrika natuurlijk al heel lang mensen. In het noorden van Sudan waren dit vooral Arabisch sprekende Afrikanen, bekeerd tot de Islam, en in het zuiden voornamelijk nomaden-stammen zoals de Nuer en de Dinka, met hun eigen talen en eigen geloven (veel zuiderlingen zijn later bekeerd tot het Christendom onder invloed van Britse missionarissen). Onder Egyptisch-Brits bewind, sinds 1890, werden de cultureel zeer verschillende gebieden van Sudan samengevoegd tot één geheel. De Britten hadden hier wel rekening mee gehouden door het noorden en het zuiden als twee gebieden te regeren, maar toen Sudan in 1956 net als andere Afrikaanse landen onafhankelijk werd, ging het mis…

Burgeroorlog
De zuiderlingen waren bang dat het rijke en ontwikkelde noorden het arme zuiden zou gaan overheersen, en dus kwamen zuidelijke leger eenheden in opstand waardoor er oorlog ontstond, de Eerste Sudanese Burgeroorlog. Na een wapenstilstand van 11 jaar laaide de oorlog weer op in 1983 toen de Sudanese president Nimeiry in het overwegende christelijke zuiden, de strenge islamitische Sharia wetten wilde invoeren. Onder leiding van de dappere John Garang werd de SPLA-beweging (Sudanese People’s Liberation Army) opgezet, en de bloedige Tweede Sudanese Burgeroorlog was daarmee geboren. Het noorden gebruikte een wrede strategie door Arabische stammen, zoals de Baggara, in te huren. Met de wapens die ze kregen plunderden de Baggara dorpen in het zuiden waarbij de mannen vaak vermoord werden, de vrouwen verkracht, en kinderen als slaven naar het noorden werden meegenomen. Na meer dan 20 jaar oorlog werd er in 2005 eindelijk een vredesakkoord getekend. Sindsdien is het relatief rustig in het zuiden van Sudan. Door beide oorlogen zijn er ongeveer 2 miljoen mensen overleden en er zijn er zo’n 4 miljoen mensen op de vlucht geslagen binnen Sudan zelf, of naar buurlanden zoals Ethiopië, Kenia, en Uganda.

ZOA Traineeship
Nu het weer rustig is in Zuid-Sudan keren 100 duizenden vluchtelingen per jaar weer terug naar de gebieden waar ze woonden. Vaak is alles wat ze hadden verwoest en moeten de vluchtelingen weer helemaal opnieuw beginnen. ZOA Vluchtelingenzorg helpt de Zuid-Sudanesen om een nieuw leven op te bouwen door scholen en gezondheidscentra op te zetten, door de lokale overheid te trainen, door mensen te helpen hun land zo goed mogelijk te verbouwen, etc. Ik volg een traineeship bij ZOA waarin ik binnen een jaar het wel en wee van programma management leer. Na twee introductie weken waarin ik meerdere programma’s heb bezocht en heel veel mensen heb ontmoet, ben ik nu voor minstens twee maanden in het rustige Katigiri beland, waar ik op het terrein van ZOA nieuwsgierig mijn intrek genomen heb in een kleien hut met een grazen dak, klaar voor wat komen gaat.