zondag 5 juni 2011

Welcome to the Visitor!

Happiness
Bedankt voor al jullie reacties op ‘geluk is geluk?’, die zetten mij ook weer verder aan het denken. Iemand vroeg bijvoorbeeld: “wat betekend het dan voor het werk van ZOA als geluk zo relatief is?” Met andere woorden: als mensen in Zuid-Sudan gelukkig zijn, wat kan ZOA er bijdragen als ontwikkelingsorganisatie?

Hoewel geluk relatief is (het heeft niet dezelfde betekenis in Afrika als in Nederland) denk wel ik dat er absolute dimensies aan geluk, of ongeluk te zitten. Oorlog, ziekte en honger maken maar weinig mensen gelukkig. Daarom werkt ZOA in landen zoals Zuid-Sudan om mensen te helpen om hun leven weer op te bouwen na jaren van oorlog.

Baseline Survey
In de regio waar ik werk, hebben we net onderzoek gedaan onder 443 huishoudens om vast te stellen wat de situatie is van inwoners op het gebied van gezondheid, onderwijs, voedselzekerheid, etc. Een van de vragen die gesteld werd was of, en waarom, mensen (on)gelukkig zijn met hun leven:


Zoals je hierboven kunt zien gaf meer dan 70% van de respondenten aan niet gelukkig met hun leven te zijn, met ‘gebrek aan geld’ (31%) en ‘familie problemen’ als belangrijkste redenen (25%). De mensen die aangaven wel gelukkig met hun leven te zijn vertelden dat ‘vrijheid’ (38%) en ‘familie’ (27%) daarvoor de belangrijkste redenen zijn.

Het is opvallend te zien dat ‘familie’ een grote bron van geluk en van ongeluk is. Een verklaring voor het geluk is dat familiebanden erg nauw zijn, en dat familieleden op elkaar kunnen rekenen in moeilijke tijden. Maar ongelukkige ‘familieproblemen’ worden meestal veroorzaakt door de schoonfamilie die een onredelijk hoge bruidschat eisen, en de vrouw of zelfs kinderen wegnemen als de bruidschat niet afbetaald word.

Het statistiekje geeft ook aan dat mensen blij zijn met hun vrijheid na decennia van burgeroorlog en dat ze graag wat meer geld willen hebben. Dat laatste is niet zo gek met een huishoudelijk inkomen van minder dan 13 Euro per maand, wat ook hier heel weinig is, voor 70% van de inwoners.

Vooral tijdens het droogseizoen hebben mensen geld nodig eten te kunnen kopen. Bijna alle mensen in de regio verbouwen hun eigen voedsel maar de oogst is niet genoeg om er een heel jaar van te kunnen eten. Een overweldigende 97% van de respondenten geeft namelijk aan dat ze niet genoeg eten hebben om hun huishouden te voorzien. Omdat een gemiddeld huishouden vijf kinderen heeft, hebben vooral kinderen hiervan te lijden. Het is hier bijvoorbeeld normaal dat kinderen zonder eten naar school worden gestuurd en maar een maaltijd per dag krijgen, gewoon omdat er niet meer eten is.

Wij zijn dan ook net een project begonnen om de voedselzekerheid van ongeveer 3.000 mensen in de regio te verbeteren. We stimuleren de boeren om zich te organiseren in groepen van ongeveer twintig landbouwers omdat samenwerking de opbrengst van de oogst verhoogd. Ook geven we de boeren training om hun landbouwtechnieken te verbeteren (kennis die in de oorlog verloren is gegaan) en introduceren we nieuwe zaden die meer opbrengst genereren.

William in Afrika!!!
In april kwam mijn broertje me opzoeken, en het was al snel weer ouwe jongens krentenbrood. Na een paar dagen relaxen in Kampala, de hoofdstad van Uganda, was het tijd voor actie. We besloten om een nachtbus te nemen richting Kabale, schijnbaar het mooiste en het koudste gedeelte van Uganda. Jammer genoeg was de roestige bus niet bestand tegen een heftige tropische regenbui waardoor er tijdens het instappen al een laag water stond waar je in je douchecabine ernstig zorgen over zou maken. Ook vulde de bus zich langzamerhand tot Cubaanse volheden waardoor we veel mensen van dichterbij hebben leren kennen dan we ooit gewenst hebben.

Maar bij William, zittend net achter mij, geen spoor van ergernis. Zo’n cockpit is ook niet ruim natuurlijk. Hij praatte honderduit met de passagiers en voordat ik er erg in had kreeg ik gebakken banaan, sim-sim koekjes en gestokt geitenvlees aangeboden die hij als een jager-verzamelaar bijeengesprokkeld had bij verkopers door het busraam. Na een lange en natte rit van zo’n negen uur kwamen we aan in Kabale, inderdaad een heel mooi heuvelachtig en koud gebied. Koud dan voor de gemiddelde Afrikaan met 15 graden Celsius. Persoonlijk kwam me dit niet slecht uit omdat ik eindelijk grond had gevonden voor de drie dikke ongebruikte wollen truien die ik uit Nederland had meegenomen.

Na een interessant bezoek in een museum over de Baganda stam waar we onder andere leerden dat geiten als kachel dienden door ze s’nachts onder een verhoogd bed te plaatsen, vertrokken we met gehuurde taxi auto’s en brommers richting Rwanda over zandwegen door een daadwerkelijk prachtig groen heuvellandschap bezaait met terrasvormige akkers, kleine huisjes en kerkjes. Op de grens kwamen we erachter dat we een visum bij de Rwandese ambassade in Uganda aangevraagd hadden moeten hebben, maar na heel subtiel de ‘foreign-wist-ik-veel-card’ op tafel te hebben gelegd werden we doorgelaten.

In Rwanda bezochten we het Virunga National Park bekend om de gorilla’s die in een vallei wonen omringd door maar liefst vijf vulkanen. Natuurlijk moest en zou, een van deze vulkanen even beklommen worden en het liefst de hoogste (3.600 meter)! Helaas konden we geen gids vinden voor deze nog actieve vulkaan en dus beklommen we de ‘lage’ Bisoke (2.900 meter). Maar met malaria net achter de rug en William’s buikkrampjes, hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door het gestokte geitenvlees in de natte bus, ging dat zo makkelijk niet. Waar onze Franse en Zweedse groepsgenoten de berg ophuppelden leken wij op twee oude oorlogsveteranen, strompelend de modderige berg op, leunend op een houten stok. Maar we hebben de top toch gehaald en kregen een mooi kratermeer als beloning. En warempel zagen we ook nog een dampende gorilla bolus, maar dichterbij lieten de zwartharigen ons niet komen.

Na het verkennen van Lake Bunyonyi al varend in een boomstam en een joy-flight met Simon, een Mission Aviation Flight (MAF) piloot, door Uganda vertrokken we naar Sudan. Hier kreeg William een indruk van het land, mijn collega’s en vrienden, en van het werk wat ik hier doe. De tijd vloog, na twee dagen in Juba, Zuid-Sudan’s stoffige hoofdstad was William weer ‘due’ om terug te vliegen. Een mooi bezoek, goede gesprekken, veel lol en avontuur.

Tien maanden
Veel mensen vragen me hoe ik het leven hier ervaar. Ik ben nu sinds tien maanden in Zuid-Sudan en moet zeggen dat het leven, hoe anders het ook is, normaal lijkt te worden. Je raakt eraan gewend dat de standaard anders is qua eten, vervoer en wonen en kijkt niet meer op van dingen die wij in Nederland vreemd zouden vinden zoals verhalen over geesten, het eten van witte mieren of joelende vrouwen tijdens een begrafenis. Ook hebben de lokale bewoners mij geaccepteerd als deel van de Pojulu Community en wordt ik altijd vriendelijk verwelkomt als ‘Barukimang’. Het leren van de taal is wel lastig. ZOA’s werktaal is namelijk Engels wat het moeilijk maakt om goed Bari en Juba Arabic te leren, maar gelukkig zijn er redelijk wat mensen in de community die ook Engels spreken.

Over twee maanden loopt mijn traineeship af en kom ik weer voor een tijdje naar Nederland. Waarschijnlijk blijf ik daarna werken bij ZOA in Zuid-Sudan wat nog niet helemaal in kannen in kruiken is, maar vast wel goed komt. Ook krijg ik vragen over Abyei de betwiste olierijke provincie die op de grens tussen Noord-en Zuid-Sudan ligt. In de aanloop naar onafhankelijksdag van Zuid-Sudan op 9 juli zijn er spanningen tussen beide landen. Maar gelukkig zijn de Verenigde Naties sterk vertegenwoordigd met vredestroepen en oefent de internationale gemeenschap grote druk uit, vooral op Bashir de president van Sudan, om tot een vredige oplossing voor de regio te komen. Zoals je kunt zien heb ik wat nieuwe foto's ge-upload.

zondag 20 maart 2011

Geluk = geluk ?

Ik weet dat het alweer een paar maanden geleden is sinds mijn laatste ‘post’. Maar vrees niet, ik ben nog altijd ‘alive and kicking’ :) De referendum periode is heel rustig verlopen en maar liefst 99% van de Zuid-Sudanezen heeft voor onafhankelijkheid van Sudan gekozen. Deze uitslag biedt veel hoop voor een vredige toekomst na meer dan 20 jaar burgeroorlog! In ‘Bye bye Khartoum’, de ‘post’ hieronder, kun je lezen hoeveel het referendum betekend heeft voor de Zuid-Sudanezen. En op 9 juli 2011 is het eindelijk zover: op die dag kunnen de Verenigde Naties hun nieuwste landen-telg bijschrijven.


Wel opvallend om te zien dat de gaten tussen mijn ‘entries’ groter zijn geworden naarmate ik hier langer ben. Een verklaring is dat zelfs het Zuid-Sudaneze leven gewoon wordt. Ik woon en werk hier nu sinds zeven maanden en merk dat ik de levensstijl hier als ‘normaal’ heb aangenomen. Zo twijfel ik niet meer voordat ik boven het poepgat ga hangen, en sta ik niet meer onhandig te doen met mijn tijltje water en blokje zeep tijdens het ‘douchen’.Daarnaast heb ik een koelkastloos leven inmiddels geaccepteerd: in de praktijk betekend het dat je eigenlijk alleen maar lauw water of hete thee drinkt en altijd ‘droog eet’ omdat je vers drinken en voedsel niet kunt bewaren. Ook ben ik vergeten hoe het voelt om over een asfaltweg te rijden en kijk ik niet gek meer op als we voorrang verlenen aan een overstekende geit.

Het leven kan nog zo anders zijn, alles went. Er zijn ook kanten aan het leven hier die het aanpassen makkelijk maken. Zo is het weer hier zalig. De drie wollen truien die ik heb meegenomen zitten nog netjes gepakt in mijn koffer. En de sterrenhemel is iedere avond fenomenaal. Ik heb nooit geweten dat er meer dan 12 sterrenbeelden zijn. Ook hangen er fris en fruitige vruchten aan de bomen: het mango en avocado seizoen komt er namelijk aan!

Maar dit neemt niet weg dat het leven hier harder is. Continu lijden mensen aan malaria en tyfus, de meest voorkomende ziekten hier. Medicijnen zijn beschikbaar, maar veroorzaken nog veel sterfte vooral onder kinderen. Ook overlijden veel kinderen al tijdens of vlak na de bevalling, er is hier nagenoeg geen medische hulp. Daarnaast is er bijna geen economie in de rurale gebieden behalve wat ‘kleinhandel’. Voor hun brood betekend het dat mensen zijn aangewezen op tuinieren. Ze verbouwen hun eigen eten maar dit is vaak niet gevarieerd genoeg wat bevestigd wordt door hongerbuikjes die je hier en daar bij kinderen ziet.

In de paar steden in Zuid-Sudan is er wel werk te vinden, maar met een bevolking waarvan 80 a 90% niet kan lezen en schrijven is het moeilijk voor de overheid om gekwalificeerd personeel te vinden. In ruraal Zuid-Sudan, waar de meeste mensen wonen, bestaat de lokale overheid vaak alleen maar op papier of maar uit een paar mensen. De bewoners merken dan ook weinig van het bestaan van de lokale overheid. In veel gebieden voorzien NGOs de mensen van basisvoorzieningen zoals water, scholing en gezondheidszorg. Ze bouwen daarnaast de lokale overheid op zodat ze het werk kunnen overnemen. Maar naast deze basisvoorzieningen hebben de Zuid-Sudanezen nog nooit van kinderbijslag of AOW gehoord.

Voor internationale begrippen zijn de mensen hier dus straatarm. Meer dan 50% van de mensen hier leeft onder de absolute armoedegrens van $1 inkomsten per dag. Maar gelukkig is armoede niet absoluut, het is relatief. Ik zal het uitleggen. Wat betekend ‘armoede’ in Nederland? Je bent arm als je bij de voedselbank je eten moet halen. Dit betekend niet dat je geen appartement hebt, geen TV-aansluiting, of wasmachine. In Nederland ben je arm als je maandelijks niet rond kunt komen. Ik wil armoede in Nederland niet bagatelliseren, arme mensen waar ook ter wereld hebben het zwaar, maar ‘armoede’ in Nederland betekend iets heel anders dan ‘armoede’ in Zuid-Sudan waar überhaupt niemand een TV heeft, ooit van een wasmachine gehoord heeft, of voedselhulp krijgt.

Dus voor Nederlandse begrippen is iedereen ‘arm’ in Zuid-Sudan maar voor Zuid-Sudanese begrippen is dat veel minder omdat de lokale mensen hier een heel ander referentiekader hebben. Het is heel normaal om in een tukul (kleien hut met een rieten dak) te wonen zonder stromend water of elektriciteit. Het is ook normaal om geen auto te hebben, of bankrekening, of baan. Maar deze mensen voelen zich niet arm omdat de norm hier heel anders is. Er zijn zelfs mensen die in een tukul wonen en zich heel rijk voelen! Kemis, een man hier in het dorp bijvoorbeeld heeft een klein winkeltje, een veld met cassava, twee vrouwen, acht kinderen, vijf geiten en een koe. Voor de mensen hier is Kemis een rijk en gezegend man. Kemis denkt er trouwens over na om nog een vrouw te nemen.

In Zuid-Sudan is een man arm als hij maar een paar of helemaal geen kinderen heeft. Dit betekend dat hij niet genoeg eten verbouwd of geld verdiend om een gezin te onderhouden. Een man is nog armer als hij geen vrouw heeft. Dit betekend namelijk dat hij niet eens geld heeft om een bruidschat te betalen. Deze man zal dus ook geen geiten en koeien hebben anders had hij wel een vrouw gehad. Dit is wat ‘armoede’ betekend in Zuid-Sudan, dus iets heel anders dan in Nederland.

En hoe zit dat met geluk? Ongeveer hetzelfde: waar je in Nederland, in Hengelo bijvoorbeeld, doodongelukkig zou zijn met een kleien hut zonder stroom of lopend water, een veldje maïs, twee zeurende vrouwen, zeven kinderen, drie geiten, een kip en een koe, zijn mensen hier daar heel gelukkig mee! Het geld in enige mate zelfs andersom. Zet je hier een Nederlands appartementenblokje neer met alles erop en eraan: water, elektriciteit, vloerbedekking, eettafel, gasfornuis, bestek, je kunt het zo gek niet verzinnen, maakt dat een Zuid-Sudanees niet perse gelukkig: “Waar moet ik mijn geiten houden, ik woon op de bovenverdieping! Hoe gebruik ik een gasfornuis? Kan dat niet gewoon op kolen? Bestek? Ik gebruikt toch gewoon mijn handen om mee te eten!

Geluk hier is niet hetzelfde als geluk daar, gelukkig maar…

vrijdag 7 januari 2011

'Bye Bye Khartoum'

Zondag mogen de zuidelijke Sudanezen in een referendum beslissen of het land als één natie verdergaat of dat de staat zich horizontaal door midden splijt in een noordelijk Sudan èn een onafhankelijk Zuiden. Na veel lijden zien de zuiderlingen het referendum als dè kans om aan een nieuwe toekomst te beginnen.

Na beëindiging van de burgeroorlog tussen noordelijk en zuidelijk Sudan in 2005 is er met het ‘Comprehensive Peace Agreement’ afgesproken dat er op 9 januari 2011 een referendum wordt gehouden over de toekomst van het land. Sara Simon (28), moeder van twee kinderen, heeft zoals bijna alle Zuid-Sudanezen veel geleden tijdens de tweeëntwintigjarige burgeroorlog die aan ongeveer twee miljoen mensen het leven kostte. “Ik was nog heel jong toen de noordelijke Arabieren het zuiden binnenvielen.

We moesten s’nachts in kleine gaten in de grond slapen om veilig te zijn voor laagovervliegende Antonev vliegtuigen die bommen op onze dorpen wierpen”, vertelt Sara.

Begin jaren negentig werd de situatie zo onveilig dat het merendeel van de zuiderlingen Sudan ontvluchtten naar buurlanden zoals Ethiopië en Kenia. Zelf vluchtte Sara naar het noorden van Uganda waar zij jaren van haar jeugd in een vluchtelingenkamp doorgebracht heeft. Daar zorgden Ugandezen onder het bewind van Joseph Kony, rebellenleider van het Lord Resistance Army (LRA), voor veel moeilijkheden. “Het leven was er niet makkelijk omdat Ugandezen ons niet in hun land wilden hebben. Ze plunderden en staken onze hutten in brand. Ook vroegen ze willekeurige mensen of ze wilden glimlachen of niet. Zeiden mensen ‘ja’ dan werden hun lippen letterlijk op slot gedaan met een hangslot, zeiden mensen ‘nee’, dan werd hun mond verder opengesneden.” Sara vertelt dat veel Sudanezen zelfs het vluchtelingenkamp moesten ontvluchtten. “In die tijd zongen we over ons lijden: ‘Waarom straft God ons? Is het omdat we zwart zijn? Worden wij gestraft voor de zonde van Adam en Eva? God, waarom laat U ons zo lijden?’”

Alfred Wani (38), nu werkzaam als manager voor een NGO, vluchtte al lopend voor honderden kilometers naar de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR). Daar kreeg hij een andere behandeling dan zijn landgenoten in Uganda. “In CAR moesten we nog zo’n honderd kilometer door droog land naar het vluchtelingenkamp lopen zonder eten of drinken te hebben. Maar godzijdank zetten de lokale mensen manden gevuld met cassava en ander eten langs de kant van de weg. Zij hebben ons gered, en gezorgd dat we sterk genoeg waren om de wilde dieren af te weren.” Alfred die later in Uganda met zijn familie herenigd werd had geluk dat hij een studiebeurs van de Jezuïeten ontving waardoor hij als één van de weinige Zuid-Sudanezen kon studeren in Kampala, de hoofdstad van Uganda. Daar kwam John Garang (overleden in 2005), voormalig leider van het Zuid-Sudaneze bevrijdingsleger, de SPLA op bezoek. “John Garang kwam om de Zuid-Sudanezen in Kampala te mobiliseren de strijd tegen Khartoum (hoofdstad van Sudan) te hervatten. Mijn vader heeft zich bij de SPLA gevoegd.”

Rond 2004 keerden de meeste vluchtelingen weer terug naar Sudan. Alfred keerde in 2002 terug om te werken voor een NGO en schetst de situatie die er toen in het land heerste. “Er waren geen wegen meer, huizen waren verwoest door bommen, en er waren geen scholen of gezondheidsklinieken. NGOs waren vitaal omdat er ook geen overheid was om basisvoorzieningen te regelen. Het is significant wat er tussen toen en nu ontwikkeld is.” Dit is ook de reden waarom Afred onafhankelijkheid steunt. “De culturele en economische verschillen tussen het rijke noorden en het arme zuiden zijn tè groot. Blijven we één, zal altijd weer conflict ontstaan. Als zuiderlingen moeten we de kans krijgen om ons zelf te ontwikkelen zodat onze kinderen en kleinkinderen de vruchten zullen plukken van onze onafhankelijkheid.”

“Maar in Zuid-Sudan zelf bestaan er ook veel verschillen,” erkend Alfred. Zuid-Sudan is samengesteld uit tal van etniciteiten waarvan de Dinka-stam de grootste bevolkingsgroep is. “Waar ik bang voor ben is dat de Dinka’s, die vaak barbaars gedrag vertonen, de macht zullen overnemen en het niet democratisch willen afstaan. Dit zou heel slecht voor Zuid-Sudan’s ontwikkeling zijn.” Maar Alfred ziet het niet te somber in. “Tijdens de campagne voor het referendum hebben we gezien dat 9 januari 2011 alle bevolkingsgroepen samenbrengt. Door het referendum beseffen mensen dat ze samen als Zuid-Sudanezen de macht en het vermogen hebben om een nieuwe oorlog te voorkomen.” Dus ook John Paffuri (33), bewaker van dezelfde NGO, weet wel wat hij zal stemmen tijdens het referendum, “Bye bye Khartoum!”, zegt hij wuivend met een grijns op zijn gezicht.